Nieuw onderzoek suggereert dat alle sterren in tweetallen het levenslicht zien.

Heel veel sterren hebben gezelschap van minstens één andere ster. Denk bijvoorbeeld aan het dichtstbijzijnde stersysteem Alpha Centauri dat uit drie sterren bestaat. Maar hoe zijn die stersystemen, bestaande uit twee of drie sterren, te verklaren? Zijn de sterren afzonderlijk van elkaar ontstaan en pas later om elkaar heen gaan draaien? Of zijn het tweelingen en drielingen en zagen ze dus samen het levenslicht? Die prangende vragen lijken in een nieuwe studie beantwoord te worden. In het onderzoek stellen wetenschappers namelijk dat elke ster geboren wordt in het gezelschap van een andere ster.

Meer dan 40 jaar geleden kwamen astronomen met het idee dat onze zon een nog onontdekt broertje had. De hypothetische ster kreeg later de naam Nemesis, omdat deze verantwoordelijk zou zijn geweest voor de planetoïde-inslag die leidde tot het uitsterven van de dinosaurussen. Nemesis is echter nooit gevonden. En het idee dat een andere ster verantwoordelijk was voor massa-extincties op aarde is inmiddels al overtuigend van tafel geveegd.

Nemesis
Maar hoe kan het dan dat onze zon alleen is? Simpel. Ook onze zon was ooit een dubbelster, maar is van zijn broertje gescheiden. “Wij stellen dat er inderdaad lang geleden een Nemesis (zie kader, red.) geweest moet zijn,” vertelt onderzoeker Steven Stahler.

Perseus
Stahler en collega’s trekken die conclusie op basis van onder meer observaties. Ze bestudeerden een moleculaire wolk in het sterrenbeeld Perseus. Deze moleculaire wolk is gevuld met recent ontstane sterren. De onderzoekers simuleerden de geboorte van die sterren en probeerden daarbij uiteindelijk natuurlijk een moleculaire wolk te verkrijgen die er net zo uitziet als het exemplaar in Perseus. Maar dat lukte alleen als ze er in hun simulaties van uitgingen dat alle zonachtige sterren als dubbelsterren geboren werden. “Het enige model dat in lijn was met de data was het model waarin alle sterren in eerste instantie wijde dubbelsterren waren. Die systemen worden dan binnen 1 miljoen jaar kleiner of vallen uiteen,” legt Stahler uit.

Uiteengevallen dubbelster
Wanneer Stahler het over wijde dubbelsterren heeft, bedoelt hij dat de sterren minstens 500 AU (1 AU is de gemiddelde afstand tussen de aarde en de zon) van elkaar verwijderd zijn. Als we dat vertalen naar onze zon betekent dat dat het broertje van de zon zo’n 17 keer verder van onze zon verwijderd was dan Neptunus vandaag de dag is. Het model wijst uit dat een ster op zo’n grote afstand van de zon al snel uit het zonnestelsel ontsnapt moet zijn en zich tussen de vele andere sterren in de Melkweg gestort moet hebben. “Eenzame zonachtige sterren met een lage massa (…) zijn het resultaat van het uiteenvallen van een dubbelster.”

“Het idee dat veel sterren ontstaan in gezelschap is al eerder geopperd, maar de vraag is: hoeveel sterren (overkomt dit, red.)?” vertelt onderzoeker Sarah Sadavoy. “Afgaand op ons simpele model kunnen we zeggen dat bijna alle sterren ontstaan met een metgezel.” Het is nu zaak om het model van de onderzoekers te toetsen door ook naar andere moleculaire wolken te kijken.