nemo

Nieuw onderzoek wijst erop dat de zeeanemoon op meerdere manieren profiteert van de samenwerking met de driebandanemoonvis. De vis beschermt zeeanemomen niet alleen tegen roofdieren, maar helpt deze ‘s nachts ook met ademhalen.

De driebandanemoonvis (beter bekend als Nemo) heeft het goed voor elkaar. Het visje kan zich als gevaar dreigt altijd schuilhouden tussen de tentakels van de zeeanemoon. Maar: voor wat, hoort wat. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat ook de zeeanemoon baat heeft bij de aanwezigheid van de driebandanemoonvis. De vis eet namelijk parasieten die een bedreiging vormen voor de zeeanemoon. Het is een prachtige samenwerking, waar beide organismen baat bij hebben. En toch vermoedde onderzoeker Joe Szczebak dat dit nog niet het hele verhaal was. Zou de zeeanemoon niet nog op een andere manier van de aanwezigheid van de driebandanemoonvis profiteren?

Zuurstof
Uit eerder onderzoek is gebleken dat koraalriffen – waar zeeanemonen deel van uitmaken – moeite hebben om ‘s nachts aan voldoende zuurstof te komen. Worden ze overdag nog overspoeld met zuurstof: ‘s nachts loopt dat in een rap tempo terug. Van rifbaarzen weten we dat ze het koraal ‘s nachts te hulp schieten. Ze verspreiden zuurstofrijk water over het koraal. Zou het kunnen dat driebandanemoonvissen datzelfde voor de zeeanemoon doen?

WIST U DAT…

…wetenschappers lang dachten dat anemoonvissen niet om zouden kunnen gaan met zuurdere oceanen? Recentelijk onderzoek wijst er echter op dat het nageslacht van de anemoonvis dat wel kan!

Experiment
Szczebak zette een experiment op. Ze verzamelden een aantal driebandanemoonvissen en zeeanemonen en bestudeerden hun zuurstofconsumptie. Daarna haalden ze de visjes en de zeeanemonen uit elkaar en keken opnieuw naar de zuurstofconsumptie. Uit het onderzoek blijkt dat de vissen en zeeanemonen 1,4 keer meer zuurstof consumeerden wanneer ze samen waren. Dat schrijven de onderzoekers in het blad The Journal of Experimental Biology.

Hoe kan dat?
Blijkbaar gebeurde er als de vissen en zeeanemonen elkaar gezelschap hielden iets waardoor ze de beschikking hadden over meer zuurstof. Maar wat? Szczebak zette nog een experiment op. Weer haalde hij de visjes en zeeanemonen uit elkaar, maar nu zorgde hij ervoor dat de vis de zeeanemoon nog wel kon zien. Wederom was de zuurstofconsumptie lager dan wanneer de twee echt samen waren. “De toename in zuurstofconsumptie moest iets te maken hebben met het fysieke contact tussen ze,” concludeert Szczebak. Hij richtte camera’s op de zeeanemoon en bestudeerde wat er ‘s nachts allemaal gebeurde. Al snel ontdekte hij dat de driebandanemoonvis ‘s nachts veel actiever was dan men zou denken. Regelmatig bewoog het visje de vinnen druk op en neer en regelmatig dook deze heel diep in de zeeanemoon weg, waarbij hij de gesloten zeeanemoon dwong om zich iets te openen. Met zijn bewegingen voorzag het visje de zeeanemoon van extra zuurstof. En dat kon klaarblijkelijk alleen het visje doen: toen Szczebak water met snelheden van 0,5 tot 8 centimeter per seconde door de zeeanemoon liet stromen, nam de zuurstofconsumptie wel iets toe, maar niet zo sterk als wanneer de visjes er in actief waren.

Uit nader onderzoek moet blijken of de driebandanemoonvis dit allemaal enkel en alleen doet om de zeeanemoon van zuurstof te voorzien. Of dat de vis er op een nu nog onbekende manier zelf ook voordeel uithaalt om ‘s nachts zo druk te zijn.