Een chemisch goedje in het brein van muizen bepaalt of de dieren op mannetjes of op vrouwtjes vallen. Dat melden Chinese onderzoekers. Of de resultaten ook voor mensen gelden, is onduidelijk.

De wetenschappers pasten een aantal mannelijke muizen aan: ze verwijderden de neurotransmitter serotonine. De mannetjes hadden vanaf dat moment geen voorkeur meer voor vrouwtjes.

Geen voorkeur
De aangepaste muizen werden geconfronteerd met zowel mannetjes als vrouwtjes, maar bleken geen uitgesproken voorkeur te hebben voor één van beide seksen. Wanneer de mannetjes alleen een mannetje te zien kregen, waren ze veel sneller geneigd om ze te benaderen alsof het een vrouwtje was.

Neurotransmitter
De wetenschappers organiseerden nog een tweede experiment. Hierbij werd gebruik gemaakt van muizen die het gen dat de productie van serotonine mogelijk maakt, moesten missen. Dit onderzoek leverde hetzelfde resultaat op. Het is voor het eerst dat wetenschapper aantonen dat een neurotransmitter zo’n grote rol in de seksuele voorkeur van zoogdieren speelt. Opvallend: wanneer de aangepaste muizen serotonine toegediend kregen, kwam de voorkeur voor vrouwtjes weer terug.

Volgens de onderzoekers is het onwaarschijnlijk dat de resultaten ook voor mensen gelden. Muizen laten zich bij de keuze voor een partner in belangrijke mate leiden door geuren. Voor mensen zijn er natuurlijk nog veel meer factoren die een rol spelen.