organen Uw lichaamsmateriaal is geld waard. U kunt het zo gek niet bedenken of het is wel op de markt te verkrijgen. De markt wordt steeds internationaler en de waarde van weefsels, cellen en organen neemt toe. Wat zijn de dilemma’s en hoe gaan we in de toekomst om met de handel in lichaamsmateriaal?

Technologische ontwikkelingen maken steeds meer mogelijk, van het afnemen en bewerken van lichaamsmateriaal tot het exporteren en verhandelen ervan. Er is een gat in de markt ontstaan waar commerciële spelers maar al te graag in duiken. Donoren bieden zich aan tegen betaling. En bedrijven maken winst op gratis gedoneerd lichaamsmateriaal. Deze nieuwe markt heeft dan ook ingrijpende gevolgen voor onze opvattingen over solidariteit en recht en hoe we omgaan met lichaamsmateriaal. De wereldwijde handel in lichaamsmateriaal staat sinds 2011 ter discussie. Dit kwam in het bijzonder door het boek ‘Nier te koop – Baarmoeder te huur’ waarin Ingrid Geesink en Chantal Steegers aandacht vragen van publiek en politiek voor de commercialisering van ons lichaam. Hoe gaan wij in Nederland om met deze nieuwe ontwikkelingen?

Medisch toerisme

Mensen reizen de hele wereld over om alsnog in aanmerking te kunnen komen voor donormateriaal. Op deze wereldkaart wordt een duidelijk beeld geschetst van het wereldwijde medische toerisme. Het Rathenau instituut gaat een vervolgonderzoek doen naar de handel in lichaamsmateriaal in Europa.

Liefdadigheid
In Nederland is het verboden om delen van ons lichaam te verkopen of te verhuren. Wanneer we iets weg willen geven, doen we dat uit liefdadigheid. Maar door het tekort aan organen in Nederland – en steeds meer mensen die naar het buitenland uitwijken om te doneren of te ontvangen – komt dit uitgangspunt onder druk te staan. Is het tijd om onze wetten te herschrijven?

Ingrid Geesink, onderzoeker aan het Rathenau Instituut en coauteur van het boek ‘Nier te koop – Baarmoeder te huur’ zegt dat het belangrijk is dat we gaan nadenken over de toekomstige inrichting van de markt voor lichaamsmateriaal. “We kunnen onze ogen er niet meer voor sluiten. Dat betekent niet dat wetten op de schop moeten, maar dat wij moeten blijven discussiëren over een oplossing en mogelijkheden onderzoeken waarop lichaamsmateriaal en geld wel goed samen kunnen gaan.”

Hoe zorgen we ervoor dat de handel in lichaamsmateriaal niet uit hand loopt? Geesink zegt dat voorlichting over zorg in het buitenland van groot belang is, zodat mensen die bijvoorbeeld naar Spanje reizen voor eiceldonatie of naar India voor een draagmoeder, weten wat de consequenties zijn. “In het buitenland is het vaak niet zo goed geregeld als in Nederland. Zo kunnen mensen die een draagmoeder huren in het buitenland te maken krijgen met problemen bij het aanvragen van een visum voor hun kind. De juridische zaken moeten goed op orde zijn, zodat de biologische ouders ook de juridische ouders worden van een kind. In het verleden zijn daar nog wel eens problemen mee geweest, bijvoorbeeld met ouders die het land niet uitkwamen omdat de lokale overheid draagmoederconstructies niet erkent. Ook corruptie komt voor, wat het ‘krijgen’ van een kind in het buitenland lastiger maakt dan veel mensen denken. We krijgen dus in Nederland te maken met de gevolgen van medisch toerisme, en dat onderstreept nogmaals hoe belangrijk het is om de discussie aan te gaan over markten voor lichaamsmateriaal.”

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

De documentaire Baby Te Koop is tot stand gekomen met medewerking van het Rathenau Instituut en geeft een aantal voorbeelden uit de praktijk.

Alternatieve donatievormen
In die discussie over markten voor lichaamsmateriaal wordt er gesproken over een aantal alternatieven vormen van donatie, waarin compensatie belangrijk is, maar niet noodzakelijk in de vorm van betaling. Kruiselings doneren is een voorbeeld van een alternatief. Als de één niet geschikt is te doneren aan zijn of haar partner, wordt een ander koppel gezocht waarbij hetzelfde geldt, maar die onderling wel kunnen doneren. Een soortgelijk principe is kettingdonatie. Wie niet aan zijn of haar partner of kennis kan doneren, maar wel donor wil zijn, doneert een orgaan aan een onbekende ontvanger. Zo doet een tweede dat ook en dan ontstaat er een ketting van donaties aan derden waarbij ieders partner op den duur geholpen is. Een ander alternatief is het wederkerigheidsprincipe. Wie zelf in aanmerking wil komen voor een orgaan, wordt aangesproken op het eigen gedrag en bereidheid om donor te zijn. Dit principe heeft het in de Nederlandse politiek niet gehaald, omdat het niet rechtvaardig zou zijn. Maar er is zeker een verandering gaande in Nederland.

WIST U DAT…

… nieuw onderzoek erop wijst dat er meer bloed wordt gegeven als er een beloning tegenover staat?

Compensatie
“In Nederland kennen wij een tekort aan nieren en sinds een paar jaar krijgen nierdonoren (bij levende donatie) ter compensatie een onkostenvergoeding. Mensen zijn een tijd uit de running en er zitten ook risico’s verbonden aan een operatie. Het is belangrijk dat donoren er niet financieel op achteruit gaan door hun gift,” aldus Geesink. Betalen en betaald worden voor lichaamsmaterialen lijkt dus de toekomst te hebben. Vruchtbaarheidskliniek Geertgen heeft al jaren een eicelbank waar donoren een onkostenvergoeding ontvangen. Het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) startte vorig jaar met een eicelbank, en wil donoren ook vergoeden. Het loopt nog geen storm, maar mensen leren ook in Nederland steeds beter de weg kennen naar vruchtbaarheidsklinieken.

En ook bij bloedbanken is een vergoeding niet meer onbespreekbaar. Momenteel kunnen bloeddonoren bijvoorbeeld in aanmerking komen voor reiskostenvergoeding. Wat als mensen wel betaald zouden krijgen, zoals in de Verenigde Staten of Oostenrijk? Zou het aantal bloeddonoren dan stijgen? “Betalen voor het doneren van bloed zou kunnen leiden tot het verzwijgen van ziektes of aandoeningen, omdat mensen die vergoeding willen binnenhalen. Omwille van de veiligheid van bloed is Nederland terughoudend met het betalen van donoren. Het is hier gelukkig niet nodig om de bloeddonoren te betalen; we hebben voldoende en veilig bloed ”, benadrukt Geesink. Een keerzijde is dat mensen vaak twijfels hebben bij organisaties, zoals in Nederland de organisatie voor de bloedvoorziening Sanquin, die naast haar publieke taak ook marktgerichte activiteiten heeft. Het staat partijen vrij geld te verdienen aan gedoneerd lichaamsmateriaal, maar niet om winst te maken. Daarom is de wijze waarop de donatiepraktijk wordt georganiseerd van belang. Door de donoren goed te informeren en transparant te zijn over de manier waarop bloed wordt gebruikt, heeft Sanquin een middel gevonden om donoren tegemoet te komen.

Elke dag hebben honderden mensen in ons land bloed nodig. Foto: Wikimedia Commons

Elke dag hebben honderden mensen in ons land bloed nodig. Foto: Wikimedia Commons

Geesink is van mening dat er een compensatie mag zijn voor donoren. “Dat hoeft niet per se een financiële compensatie te zijn. Waardering voor het belangeloos afstaan van een nier is voor sommigen van meer waarde dan een geldbedrag. Kruiselings doneren of het aanbieden van een korting op de ziektekosten zijn ook goede opties. Geld mag geen leidend motief zijn om te doneren, maar mensen moeten er niet financieel op achteruit gaan als ze uit naastenliefde een deel van hun lichaam afstaan aan een ander. Dus als iemand na het doneren van een nier een poos niet kan werken, en inkomsten misloopt, is het alleen maar netjes dat dat verlies aan inkomen wordt opgevangen. Met de enorme vlucht van donatiemogelijkheden komen we voor grote uitdagingen te staan en moeten er steeds nieuwe antwoorden worden gevonden op lastige vragen.

Met de enorme vlucht van donatiemogelijkheden komen we voor grote uitdagingen te staan en moeten er steeds nieuwe antwoorden worden gevonden op lastige vragen.

Ideaalbeeld
De wereldwijde handel in lichaamsmateriaal is ook de politiek niet onopgemerkt gebleven. Zo schreef Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kortgeleden in een brief aan de Tweede Kamer dat ze het huidige beleid niet grootschalig wil aanpassen. “Dat Nederland een land is waar niet alles kan, vind ik eerder getuigen van zorgvuldig medisch handelen dan dat ik het beschouw als een belemmering in negatieve zin. Dat er altijd mensen zullen zijn die ondanks de waarschuwingen toch hun heil zoeken in het buitenland, valt niet te voorkomen”. Grote veranderingen hoeven wij dus niet te verwachten vanuit de politiek. Maar in de praktijk zien we dat langzamerhand andere vormen van donatie mogelijk worden.

Bestaat er een ideale situatie? Geesink is van mening dat er geen ideale situatie bestaat. “Donatie en betaling, commercie en lichaam; ze lijken haaks op elkaar te staan, zowel gevoelsmatig als juridisch. Alleen al het idee dat winst wordt gemaakt op delen van ons lichaam, roept emoties en vragen op.” Aan de ene kant krijgt een lichaamsdeel een financiële waarde en de motieven van de donor kunnen daardoor veranderen. Aan de andere kant kan een markt in lichaamsdelen levens redden. Moeten we wetten aanpassen of is het goed dat Nederland een land is waar niet zomaar alles mag wat kan?