Onderzoek toont aan dat niet de goden, maar een tsunami ervoor zorgde dat de Perzen die Potidaea belegerden, verdronken.

De Griekse historicus Herodotus beschrijft de redding van het dorpje Potidaea nauwkeurig. Eerst trok de zee zich terug, om daarna met hele hoge golven terug te slaan. Een groot deel van de Perzen die het Griekse dorpje Potidaea belegerd hadden, verdrinkt en het dorpje is gered. Herodotus ziet het als een ingrijpen van de goden die de golven gebruiken om het dorpje uit de klauwen van de Perzen te houden.

Sedimentlagen. Foto: Klaus Reicherter / RWTH Aachen Universiteit.

Maar het waren de goden niet, zo toont onderzoeker Klaus Reicherter aan. Het was een echte tsunami die Potidaea redde. Reicherter baseert die conclusie op een analyse van sedimenten (zie hiernaast). De sedimenten laten zien dat omstreeks 479 voor Christus hoge golven even de dienst uitmaakten op de stranden rondom de Golf van Thessaloniki. Daarnaast zijn in een grondlaag die uit de vijfde eeuw voor Christus stamt schelpen aangetroffen die veel ouder zijn. Waarschijnlijk zijn ze door de tsunami meegevoerd.

Dankzij het onderzoek van Reicherter is het ingrijpen van de goden nu eindelijk wetenschappelijk te verklaren. Maar zijn studie heeft nog meer implicaties. Zo is bewezen dat in dit gebied (de Golf van Thessaloniki) tsunami’s plaats kunnen vinden. En dat is nieuw: op dit moment maakt het gebied geen deel uit van de tien gebieden die door tsunami’s getroffen kunnen worden. En dat moet veranderen, zo stelt Reicherter. Het gebied is namelijk dichtbevolkt en zou in het geval van een tsunami dus hard geraakt kunnen worden.