Als het aan celbioloog Bruce Lipton ligt, is de tijd van het genetisch determinisme voorbij. Genen controleren vrijwel niets, zo stelt hij in een exclusief interview met Scientias.nl. Het is onze perceptie die ons grotendeels maakt tot wie en wat we zijn (ziek of gezond) en hoe onze cellen functioneren. Maar balanceert hij hiermee niet op het randje van de pseudowetenschap?

Op een doodgewone dag in 1967 was Bruce Lipton aan het werk met stamcellen die hij gekloond had en die dus genetisch gezien identiek waren. Een experiment waarbij twee petrischaaltjes met identieke stamcellen in een verschillende omgeving werden geplaatst, leverde een opvallend resultaat. De stamcellen in de ene petrischaal groeiden uit tot spiercellen, de stamcellen van het andere schaaltje tot botcellen. Het lot van deze cellen werd klaarblijkelijk niet bepaald door genen – ze waren genetisch namelijk identiek – maar door hun omgeving. Dit is niets nieuws onder de zon, zo vertelt bioloog Danny Haelewaters wanneer we hem met het werk van Lipton confronteren. “Het is al langer bekend dat de omgeving absolute effecten heeft op genotypes. Men spreekt over ‘G x E’-interacties: G staat voor de genen (genotype), E voor de omgeving (environment)”. Lipton gaat echter nog een stap verder: “Genen controleren niets.”

Bruce Lipton.

Zonder kern verder
Jarenlang werd gedacht dat genen het brein van cellen vormden: genen zouden bepalen wat cellen doen en laten. Maar volgens Lipton klopt dat niet: “Ik verwijderde de kern uit de cellen en verwijderde daarmee in essentie de genen uit de cel. Als genen inderdaad het leven regelden, zou de cel doodgaan. Maar heel wat cellen leefden nog gedurende twee maanden, zonder genen of kern.” In die twee maanden bleven de cellen complexe taken uitvoeren: communiceren, bewegen, voedsel verteren, enzovoort. Deze taken verliepen ook heel gecontroleerd. “En toch waren er geen genen.” Dus het idee dat genen het gedrag van de cel controleren, bleek onjuist, maar als genen niet het brein van de cel zijn, wie of wat is dat dan wel? Het celmembraan, volgens Lipton. Het celmembraan verwerkt prikkels van buitenaf, net zoals een computerchip onze muisklikken en toetsaanslagen verwerkt. Het membraan pikt signalen uit de omgeving met behulp van receptoren op, vertaalt ze en stuurt de signalen door naar de rest van de cel. “Genen controleren niets. Ze kunnen niet aan of uit. Ze activeren geen cellen. Ze reageren op signalen uit de omgeving.”

Geen slachtoffers
Lipton stelt vervolgens dat onze perceptie een belangrijke invloed heeft op ons doen en laten en het doen en laten van onze cellen: “Stel je voor dat ik als kind in de tuin stond en er een slang opdook. Mijn moeder zou meteen beginnen gillen, waardoor ik zou leren dat slangen gevaarlijk zijn. Maar stel nu dat diezelfde slang bij mijn buren – een biologielerares en haar zoontje – terechtkwam. De buurvrouw zou niet gillen, maar opgewonden raken en haar kind aanleren dat het niet bang moet zijn. Als mijn buurjongen later opnieuw een slang tegenkomt, zal hij heel kalm blijven en misschien zelfs blij zijn. Ik daarentegen zou beginnen gillen en allerlei stresshormonen aanmaken die mijn lichaam geen goed doen. Onze percepties zijn aangeleerd en de meeste percepties leren we aan voor de leeftijd van zes jaar. Kinderen tussen twee en zes jaar oud downloaden als het ware alle informatie waaraan ze worden blootgesteld. Het kind is zich in deze periode niet bewust van wat het doet; het downloadt simpelweg het gedrag van de ouders. Opvallend genoeg zijn veel van deze vroeg aangeleerde percepties negatief en veroorzaken ze de meest uiteenlopende ziektes op de aarde, doordat ze invloed hebben op de chemische processen in ons lichaam. De slang is daarbij een mooi voorbeeld: een kind dat ziet dat moeder bang is voor slangen, zal zelf waarschijnlijk ook bang worden voor slangen. En de eerstvolgende keer dat het een slang ziet, gaat het (onnodig) veel stresshormonen produceren. En die hormonen doen het lichaam geen goed.” Het punt is dus dat onze perceptie gezondheid en ziekte kan creëren.

Schieten uw stresshormonen ook door het dak bij het zien van deze slang? Dat is aangeleerd. Foto: LongitudeLatitude (cc via Flickr.com).

Wilde conclusie
Dat is nogal een wilde conclusie op basis van enkele experimenten met stamcellen, vindt Haelewaters. De rol die Lipton aan onze perceptie toekent, is enorm. Sterker nog: deze perceptie zou in grote lijnen bepalen hoe gezond we zijn. Maar is daar ook voldoende bewijs voor? Lipton valt telkens terug op dat ene stamcelonderzoek. Haelewaters volgt Lipton’s voorbeeld met de slang tot op bepaalde hoogte: “Recent onderzoek toont aan dat psychiatrische stoornissen kunnen onstaan door een genetische aanleg waarvan de invloed op het gedrag enkel tot uiting komt als er sprake is van specifieke omgevingsfactoren. Lipton heeft gelijk als hij zegt dat genen alleen niet voldoende zijn om een fenotype (de verschijningsvorm) te verklaren. Neem bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Hoewel bekend is dat genetische factoren een rol spelen in de ontwikkeling van deze aandoening, kan slechts 1 procent van alle gevallen gelinkt worden aan een louter genetische oorzaak. We moeten dus bijkomende oorzaken elders zoeken, in omgevingsvariabelen zoals psychologische stress.” Tot zover klopt Lipton’s pleidooi.

Omgevingsfactoren
Gaan we nu een stapje verder: wat is precies de omgeving (environment) in G x E-interacties? Deze vraag kan beantwoord worden met behulp van een interessante studie naar de resistentie van Anopheles muggen tegen Plasmodium, de veroorzaker van malaria. De onderzoekers dienden glucose toe aan drie groepen genetisch identieke muggen, in concentraties van respectievelijk twee, vier en zes procent. De muggen met vier procent glucose produceerden tweemaal zoveel Plasmodium-cellen in hun maagdarmkanaal dan de andere twee groepen. Deze variatie was voor 11,7 procent te verklaren door de bestudeerde omgevingsfactor (de grotere of kleinere concentratie glucose). De genetische component van de interactie verklaarde 35,4 procent. Tel die procenten bij elkaar op en u ontdekt dat er nog heel wat procenten missen. De onderzoekers stellen dan ook dat zij slechts één aspect van alle omgevingsfactoren hebben opgenomen in hun onderzoek. De resistentie van de muggen is ook afhankelijk van heel wat andere factoren. Haelewaters: “Andere milieufactoren die invloed hebben op onze cellen en genen zijn bijvoorbeeld temperatuur en UV-straling. UV-straling heeft een invloed op erfelijk materiaal, zonder dat het celmembraan dit kan verhinderen. De fotochemische reactie in het erfelijke materiaal zorgt ervoor dat cellen niet meer normaal functioneren. Het is duidelijk dat Lipton zich beperkt tot slechts één omgevingsfactor. Zelfs al zouden onze leerprocessen een invloed hebben op hoe ziektes ontstaan of evolueren (dit is wat Lipton stelt), dan zijn er nog tal van andere aspecten die van invloed kunnen zijn.” Kortom: deze tak van de wetenschap is niet zo simpel als Lipton het tracht voor te stellen.

Gezonde keuzes maken: dat is zo gemakkelijk nog niet. Afbeelding: M (cc via Flickr.com).

Ziekte: een keuze?
Het vereenvoudigd weergeven van de werkelijkheid is geen misdaad. Gevaarlijk wordt het echter wanneer onderzoekers in plaats van de werkelijkheid de simplificatie gaan gebruiken als fundering voor hun theorie. En dat is precies wat Lipton doet. Hij stelt dat genen niet alles bepalen (en daar valt dus iets voor te zeggen) maar vereenvoudigt vervolgens de werkelijkheid door te beweren dat onze perceptie bepaalt of we ziek worden of gezond blijven. Het is een radicale denkwijze die vervolgens weer tot radicale conclusies leidt. Want wanneer onze kijk op de wereld bepaalt of we ziek worden of niet, hebben we dan ziekte en gezondheid in eigen hand? We vroegen het Lipton. Hij stelt dat onwetendheid ervoor zorgt dat het nu geen keuze is, maar dat in de toekomst wel wordt. “Het woord ‘keuze’ betekent dat een individu weet dat er meerdere mogelijkheden zijn: verschillende dingen waar tussen gekozen kan worden. Wanneer je mensen vertelt dat ziekte een keuze is, dan worden ze heel boos en dat is terecht. Als je weet hoe iets werkt en je zorgt er vervolgens bewust voor dat er een probleem ontstaat, dan kun je zeggen dat je er schuld aan hebt. Maar wanneer je niet weet hoe iets werkt en je doet iets zonder te weten dat het een effect of betekenis heeft, dan ben je onwetend. Dat betekent dat je geen keuze maakt, je doet gewoon waarvoor je geprogrammeerd bent. Ik wil het woord ‘keuze’ hier dan ook niet gebruiken. Ik wil dat mensen begrijpen dat wanneer ze weten hoe dingen werken, ze met die kennis de mogelijkheid hebben om een andere keuze te maken die leidt tot een betere gezondheid. Dus het belangrijkste is om mensen te laten weten dat ze geen slachtoffers zijn van virussen en bacteriën en externe krachten, ze begrijpen gewoon niet dat ze hun eigen gezondheid bepalen en zonder die kennis of met onjuiste kennis kunnen hun acties en keuzes ziektes veroorzaken. Dus wat we mensen moeten laten weten, is dat de gezondheid van een lichaam en dan in het bijzonder de gezondheid van de cellen in het lichaam samenhangen met het maken van keuzes en we moeten laten zien welke keuzes dat zijn, dat moeten we ze leren. We moeten ze vertellen dat we door gezond te eten en gezond te leven in harmonie met onze cellen kunnen leven.” Volgens Lipton hebben mensen op dit moment nog niet genoeg kennis en kunnen we niet concluderen dat ziekte een keuze is. Daar kan pas sprake van zijn als iedereen weet hoe een gezond leven, in harmonie met ons lichaam en de cellen waar dit uit bestaat, eruitziet: dan pas hebben we een keuze: gezond of ongezond leven.

Kanker
Maar wat betekent dit alles voor één van de grootste bedreigingen van deze tijd: kanker? Lipton benadrukt dat kanker voor minder dan tien procent genetische oorzaken heeft. Ook hier weer speelt de perceptie een grote rol. Hij verwijst naar een kankeronderzoek naar families waar in hoge mate kanker voorkwam met geadopteerde kinderen. De adoptiekinderen bleken een even grote kans te hebben op kanker als de biologische familieleden. “En toch hadden deze geadopteerde kinderen heel ander genetisch materiaal. Kanker wordt voor negentig procent veroorzaakt door een bepaalde levensstijl of bepaald gedrag.” Die levensstijl en dat gedrag geven (adoptie-)ouders door aan hun (adoptie-)kinderen. “Zo kan een adoptiekind dezelfde vorm van kanker krijgen. Het kind heeft niet dezelfde genen, maar wordt wel op dezelfde manier geprogrammeerd.”

Aangeboren gebreken
Als ziekte en gezondheid voortkomt uit onze perceptie en we in de toekomst in staat zouden zijn om te kiezen voor ziekte of gezondheid, dan zouden ongeneeslijke ziekten toch tot het verleden moeten gaan behoren? Lipton ontkent dat. Hij benadrukt dat niet alle ziekten het resultaat zijn van onze perceptie. Ongeveer vijf procent van de wereldbevolking komt ter wereld met aangeboren genetische gebreken. Wanneer mensen in deze groep ziek worden, is dat niet het resultaat van hun perceptie. Het ligt aan hun gebrekkige genen. Maar dat betekent wel dat de mensen in de groep met de overige 95 procent van de wereldbevolking wel zelf het verschil kunnen maken en – mits ze weten hoe hun lichaam werkt en reageert – zich kunnen inspannen voor een betere gezondheid.

Nuance
Haelewaters heeft zijn twijfels bij de uitspraken van Lipton omtrent kanker. Hij wijst erop dat kanker een wel heel breed begrip is: de ene vorm van kanker is de andere niet. Een studie uit 2000 onderschrijft de twijfels van Haelewaters. Hoewel uit dit onderzoek inderdaad blijkt dat de invloed van genen op kanker over het algemeen relatief klein is (15 procent) hebben sommige vormen van kanker een veel grotere genetische component. Zo spelen genen bij prostaatkanker een grote rol, terwijl hun rol bij borstkanker flink kleiner is. Er is een algemene concensus in de wetenschappelijke wereld dat omgevingsfactoren bepalend zijn in het ontstaan van kankers. Statistische modellen tonen aan dat de bijdrage van de omgeving voor verschillende kankers tussen de 58 en 82 procent ligt, waarbij de omgeving moet worden opgevat als een verzameling van aspecten, niet slechts perceptie. Opnieuw is de werkelijkheid dus een stuk genuanceerder dan Lipton ons wil doen geloven. Een overzichtsartikel in het hoog aangeschreven New England Journal of Medicine uit 2009 stelt zich terughoudend op inzake het aanschrijven van complexe ziekten aan G x E-interacties, omdat deze voor het grootste deel nog niet zijn aangetoond. Volgens Haelewaters zal het kwantificeren van de, niet onbelangrijk, slechts relevante omgevingsinvloeden een belangrijke uitdaging worden in toekomstig onderzoek.

Controverse
Het verhaal van Lipton klinkt sommigen misschien logisch in de oren. Bij vele wetenschappers gaat er echter een alarmbel rinkelen wanneer hij zijn theorie op tafel gooit. Niet alleen omdat deze in strijd is met wat we altijd dachten te weten maar ook – en vooral – omdat het aangevoerde wetenschappelijke bewijs te mager is. Liptons werk kan dan ook rekenen op flink wat kritiek en twijfels. We vroegen hem of hij zich kan vinden in deze kritieken. Lipton: “Absoluut. Je hebt bepaalde overtuigingen en daarin investeer je door de jaren heen. Op deze overtuigingen zijn bedrijven, industrieën en instituten gebaseerd en op een bepaald ogenblik komt de ontdekking dat de overtuiging niet goed of gezond is. Het loslaten van die overtuiging is niet gemakkelijk.” Dat zijn theorie controversieel is, kan Lipton maar weinig schelen. “Controverse zal het systeem uiteindelijk veranderen en daar kijk ik naar uit.”

Lipton gaat er voor het gemak vanuit dat hij het bij het juiste eind heeft. Haelewaters wijst er echter op dat Lipton zichzelf voortdurend herhaalt. Hij haalt telkens dezelfde experimenten aan en verwijst daarbij naar de totstandkoming van onze perceptie. Ook heeft hij de neiging de werkelijkheid sterk te vereenvoudigen en gooit hij gemakkelijk – maar moeilijk te verifiëren – cijfers die zijn denkwijze onderbouwen in het rond. Als hij wetenschappelijke onderzoeken aanhaalt, onderschrijven deze maar een deel van zijn denkwijze, maar net niet de radicale denkwijzen waar hij voor staat. Is Lipton zijn tijd ver vooruit of begeeft hij zich met een haast ongekend enthousiasme in een gebied dat ook wel pseudowetenschap wordt genoemd?

Bruce Lipton komt binnenkort naar Nederland. Op 10 oktober 2012 vertelt hij in het Planetarium in Amsterdam over zijn werk.