zebravinken

De ene zebravink is de andere niet: de vogeltjes hebben stuk voor stuk een eigen persoonlijkheid. En nieuw onderzoek wijst er nu op dat ze die niet van hun ouders erven, maar dat hun omgeving en de dingen die ze meemaken de verschillen in persoonlijkheid beter kunnen verklaren.

De onderzoekers zetten een aantal zebravinken in een omgeving die nieuw was voor de vogeltjes. Vervolgens keken ze hoeveel voorwerpen de vogeltjes in hun nieuwe omgeving bestudeerden. Sommige zebravinken waren wat verlegen en bleven stilstaan. Andere zebravinken waren wat uitgaander en gingen hun nieuwe omgeving direct verkennen.

Eieren
Daarna zetten de onderzoekers enkele van deze zebravinken bij elkaar. Ze paarden en het vrouwtje legde eitjes. De onderzoekers haalden de ouders bij de eieren weg en lieten de eieren verder door pleegouders verzorgen. Zodra de jonge zebravinkjes volwassen waren, ondergingen ze een test waarmee hun persoonlijkheid kon worden vastgesteld. Ook werd gekeken hoe groot de jongen waren.

WIST U DAT…

Resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat de jongen hun grootte geërfd hadden van hun biologische ouders. Maar hun persoonlijkheid bleek sterker beïnvloed te worden door hun pleegouders dan door hun biologische ouders. Het onderzoek toont aan dat ouders gedrag ook op een niet-genetische wijze op hun jongen over kunnen dragen. “Onze studie laat zien dat persoonlijkheidskenmerken bij zebravinken van de ene op de andere generatie door gedrag en niet door genen kunnen worden doorgegeven,” concludeert onderzoeker Nick Royle.

De grote vraag is nu natuurlijk: hoe zit dat bij andere soorten, waaronder de mens? Erven geadopteerde kinderen hun persoonlijkheid van hun biologische ouders of van de ouders die ze geadopteerd hebben? En hoe groot is de rol die de omgeving waarin kinderen opgroeien, speelt nu precies? Nader onderzoek zal dat moeten uitwijzen.