algen

Het idee om biodiesel uit algen te maken bestaat al heel lang. Toen het bedacht werd, leek het idee helemaal perfect. Algen groeien eindeloos op zon en mest. Hier maak je oliën van en vervolgens wordt hier goedkope biodiesel van gemaakt. Maar waarom rijden onze auto’s dan nog niet op deze ideale brandstof?

In de jaren zeventig werd het concept om biodiesel van algen te maken ontwikkeld. Op dat moment heerste er een oliecrisis en moest er snel gezocht worden naar een oplossing. De Amerikaanse overheid zette een algen onderzoeksprogramma op dat duizenden algen heeft onderzocht, in de hoop dat dit een compensatie zou bewerkstelligen voor het tekort aan fossiele brandstoffen. In 1966 werd het programma stopgezet. De conclusie was dat de productie van biodiesel uit algen alleen al qua kosten nooit de fossiele brandstoffen zou kunnen verslaan. Jaren later blies President Bush het onderzoeksprogramma opnieuw leven in en een kapitaal aan geld stroomde naar tientallen starters. Toch blijft het moeilijk om dit concept van de grond te krijgen.

Te duur
Net als in 1996 is het produceren van algenbiodiesel nog steeds ontzettend kostbaar. Fossiele brandstoffen als olie zijn in vergelijking veel goedkoper. In 2010 heeft het Lawrence Berkeley National Laboratory onderzoek gedaan naar de kosten van biodiesel. Het produceren van biodiesel van algen uit vijvers zou tussen de 240 en 332 dollar per vat kosten. Terwijl de huidige prijs van een vat met ruwe olie rond de 95 dollar is. Dit zijn prijzen die simpelweg niet met elkaar te vergelijken zijn. Stel je voor dat heel Europa op biodiesel moet rijden en vliegen. Als deze brandstof puur alleen uit algen wordt gehaald, moet je een oppervlak ter grootte van Portugal inrichten met algenkwekerijen. Niet alleen dat, deze algen moeten dan per hectare rond de 40.000 liter biodiesel produceren. Ondanks de hoge kosten zijn er toch bedrijven die naast hun vertrouwen ook al hun geld in biodiesel steken.

Het jaar 2013 zou voor sommige prominente leiders in de algenbrandstof markt hét jaar kunnen zijn. Een aantal bedrijven heeft de afgelopen jaren doorgebracht met het inzamelen van geld, het maken van proefprojecten en het verkopen van hun algen, bijvoorbeeld als ingrediënt voor dure gezichtslotions.

Kwekerij waar micro-algen worden gekweekt. Afbeelding: JanB46 (via Wikimedia Commons).

Kwekerij waar micro-algen worden gekweekt. Afbeelding: JanB46 (via Wikimedia Commons).

Eerste commerciële fabriek
Solazyme is een van de bedrijven die zich het meest ontwikkeld heeft. Zij was de eerste die zich concentreerde op alternatieve chemische producten en persoonlijke verzorging. Hiermee ontwikkelde het bedrijf een kleine maar stabiele inkomstenstroom ter voorbereiding op het maken van biodiesel op een dusdanig grote schaal dat die kon concurreren met olie. In 2012 is Solazyme in Brazilië gestart met het bouwen van hun eerste fabriek voor algenbrandstof. In januari van dit jaar maakte het bedrijf bekent dat hun Braziliaanse zusteronderneming een lening van de Braziliaanse Ontwikkelingsbank heeft gekregen van $120.000.000. Solazyme hoopt dat de fabriek in het vierde kwartaal van 2013 klaar zal zijn. Het is de bedoeling dat er in het begin 100.000 ton biodiesel per jaar geproduceerd gaat worden, maar in 2016 zou dit al 300.000 ton per jaar moeten zijn.

Naast Solazyme is er nog een bedrijf dat steeds dichter bij het einddoel in de buurt komt. Sapphire Energy heeft een boerderij van 2.200 hectare in Columbus, New Mexico. Op die boerderij bevinden zich 70 vijvers, elk ter grootte van een voetbalveld, en een raffinaderij waarin het product gezuiverd wordt. Sinds vorig jaar zomer produceert de raffinaderij al kleine hoeveelheden biodiesel. Sapphire Energy wil vanaf 2014 rond de 1,5 miljoen liter biodiesel per jaar produceren, en dit in 2018 verhoogd hebben naar 10.000 vaten per dag.

Sapphire en Solazyme gebruiken allebei een andere methode om de biobrandstof te verkrijgen. Solazyme laat zijn algen groeien in gesloten gistingtanks, terwijl Sapphire de algen verbouwd in de open lucht op grote percelen. Theoretisch gezien zouden openluchtvijvers goedkoper zijn, maar dan moet je er wel voor zorgen dat de algen niet besmet raken met bacteriën of dat het groeiproces niet verstoord word door elementen van buitenaf.

De voordelen
Het maken van biodiesel brengt nou eenmaal hoge kosten met zich mee, maar daartegenover staan natuurlijk wel grote voordelen. Men kan algen heel gemakkelijk laten groeien en ze groeien daarnaast ook snel. Iedereen met een zwembad kan dat bevestigen. In een paar dagen tijd hebben algen volwassenheid bereikt. Daarnaast groeien zij in alle wateren: zoet, zout of brak. Algen zijn eencellige planten die je met miljoenen tegelijk volledig kunt onderdompelen in water. Hierdoor groeien ze niet alleen in elke soort water, ze zijn ook nog eens erg zuinig. Algen zijn ook positief voor het broeikaseffect doordat ze het broeikasgas, kooldioxide, absorberen. En misschien wel één van de belangrijkste eigenschappen van algen: ze leveren meer olie op dan ook maar een andere biomassa grondstof. Sterker nog, algen produceren tot 30 keer meer olie per eenheid ten opzichte van oliehoudende gewassen, zoals palmolie en soja.

Als we maar lang genoeg wachten zullen de kosten voor algen omlaag gaan, terwijl de kosten voor de fossiele brandstoffen nog verder stijgen. Misschien is 2013 niet hét jaar, maar met een beetje geluk duurt het niet meer lang voordat het commercieel gebruik van biodiesel van algen een feit is.