Meer dan de helft van de Nederlanders rekent zich niet tot een religieuze groepering.

Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. Het is voor het eerst dat die cijfers laten zien dat niet-religieuze Nederlanders in de meerderheid zijn: 49% van de Nederlanders ouder dan vijftien jaar rekent zichzelf tot een religieuze groepering. In 2016 was dat nog 50% en in 2012 zelfs 54%.

Lidmaatschap
Van de 49% van de Nederlanders die zich tot een kerkelijke of levensbeschouwelijke gezindte rekenen, is het grootste deel lid van de rooms-katholieke kerk (24%), op de voet gevolgd door Nederlands hervormd en Protestantse Kerken Nederland (beiden 6%). Vijf procent van de religieuze Nederlanders hangt de Islam aan.

Bezoek aan kerk en moskee
Kijken we naar de activiteit van de gelovigen, dan zien we grote verschillen. Hoewel 24% van de religieuze Nederlanders tot de rooms-katholieke gezindte behoort, komt 69% daarvan zelden of nooit in de kerk. Van de mensen die lid zijn van de Nederlandse hervormde kerk geeft 61% aan zelden of nooit in de kerk te komen. 19 procent van de hervormden bezoekt de kerk minstens één keer per week (bij de katholieken is dat slechts 6%). Binnen de PKN (Protestantse Kerken Nederland) zijn mensen wat trouwer: 33% geeft aan minstens één keer per week naar de kerk te gaan. 29% gaat zelden of nooit. De gereformeerden (ongeveer 3% van de religieuze Nederlanders rekent zich tot deze gezindte) zijn het trouwst: maar liefst 58% geeft aan minstens één keer in de week naar de kerk te gaan. 46% van de islamieten in Nederland geeft aan zelden of nooit naar de moskee te gaan, 24% gaat minstens één keer per week.

Afname
De deelname aan religieuze diensten neemt overigens al jaren af. In 1971 ging 37% van de bevolking nog regelmatig (dat wil zeggen: één keer per maand) naar een religieuze dienst. In 2012 was dat gedaald naar 17%. Die daling zet nog steeds door, maar gaat wel langzamer dan voorheen: inmiddels woont zo’n 16% van de bevolking nog regelmatig een religieuze dienst bij. Als we inzoomen op de daling van de kerkgang die we sinds 2012 zien, zien we dat deze volledig voor rekening van de katholieken komt. Bij protestanten en moslims is geen sprake van een daling.

Leeftijd
Zoomen we in op de leeftijd van de religieuze Nederlanders dan is goed te zien dat er sprake is van vergrijzing: ouderen zijn het meest religieus en betrokken (71% van de 75-plussers noemt zichzelf religieus en 34% bezoekt regelmatig een dienst). Jongeren tussen de 18 en 25 jaar zijn het minst religieus betrokken: slechts 13% woont regelmatig een religieuze dienst bij.

Verder onthullen de cijfers dat vrouwen zich vaker tot een religieuze groepering rekenen dan mannen. Academici blijken daarnaast het minst vaak in de database van religieuze groeperingen op te duiken. Van de mensen die alleen de basisschool hebben afgerond, rekent zo’n 64% zich tot een religieuze groepering en 20% daarvan woont ook daadwerkelijk regelmatig een religieuze dienst bij. Onder academici zien we dat 37% zich tot een religieuze groepering rekent en 12% regelmatig een religieuze dienst bijwoont.