Een nieuwe statistische methode suggereert dat de grote schrijver hulp kreeg, waarschijnlijk van Christopher Marlowe.

Onderzoekers vragen zich al lang af of Shakespeare elk woord in zijn toneelstukken werkelijk zelf schreef. En er zijn dan ook al heel wat onderzoeken naar geweest. Hoe gaat zo’n onderzoek in zijn werk? Nou, men neemt bijvoorbeeld een tekst waarvan we zeker weten dat deze door schrijver A is geschreven. Vervolgens telt men hoe vaak bepaalde woorden in die tekst voorkomen en verkrijgt men op basis daarvan een profiel van de vocabulaire van de schrijver. Vervolgens kijkt men of datzelfde profiel te vinden is in (delen) van een tekst die op naam van Shakespeare staat. Een fraaie methode, die echter één beperking kent: de distributie van woorden in een tekst wordt vaak meer beïnvloed door het onderwerp van die tekst dan door de auteur.

Functionele woorden
En dus besloten onderzoekers het eens anders aan te pakken. “Een betrouwbaardere aanpak is het gebruik van functionele, in plaats van betekenisvolle woorden,” legt onderzoeker Santiago Segarra uit. Je moet dan denken aan woordjes als ‘the’, ‘and’, ‘or’, ‘to’, enzovoort. “Iedereen moet die woorden gebruiken, dus analyseren hoe het gebruik ervan van auteur tot auteur verschilt, geeft een objectiever beeld van de verschillen in schrijfstijl.”

Aangenomen wordt dat dit schilderij Christopher Marlowe laat zien. Afbeelding: via Wikimedia Commons).

Aangenomen wordt dat dit schilderij Christopher Marlowe laat zien. Afbeelding: via Wikimedia Commons).

Algoritme
Segarra en collega’s besloten deze functionele woordjes in de teksten van Shakespeare en zijn tijdgenoten niet simpelweg te tellen, maar in plaats daarvan na te gaan hoe groot de afstand tussen deze woordjes was. Dus: door hoeveel woorden werden de functionele woordjes van elkaar gescheiden? Nadat de onderzoeker een lijst hadden gemaakt van tussen de 50 en 100 functionele woordjes die in de teksten voorkwamen, lieten ze een algoritme op de teksten los om de afstand tussen deze woordjes te bepalen. Elk paar van functionele woordjes kreeg een score die gebaseerd was op door hoeveel woorden ze van elkaar gescheiden waren. En wanneer de onderzoekers verschillende teksten van dezelfde auteur bestudeerden, bleken die scores heel consistent te zijn. Het suggereert dat de afstand tussen functionele woorden bepaald wordt door schrijfstijl en dus kan verraden door wie een tekst is geschreven. “Bijvoorbeeld: als we het systeem vertrouwd maakten met een toneelstuk van mij en een toneelstuk van Santiago en daarna nog een toneelstuk gaven dat door één van ons geschreven was, dan kon het 98 procent van de tijd vaststellen wie van ons het toneelstuk had geschreven,” vertelt onderzoeker Alejandro Ribeiro.

Henry VI
Nu het algoritme bleek te werken, was het tijd voor het echte werk. De onderzoekers lieten het systeem de toneelstukken waarvan we zeker weten dat deze door Shakespeare zijn geschreven ‘lezen’. Zodra het systeem daarmee vertrouwd was, legden ze het toneelstukken voor waarvan gedacht wordt dat Shakespeare deze samen met iemand anders schreef. Je moet dan denken aan de Henry VI-stukken.

Christopher Marlowe
Uit het onderzoek bleek dat laatstgenoemde toneelstukken inderdaad iets anders waren dan de werken waarvan we zeker weten dat ze door Shakespeare zijn geschreven. Deze anomalie maakt het volgens de onderzoekers zeer onwaarschijnlijk dat Shakespeare deze stukken helemaal zelf schreef. Hij kreeg dus hulp. Maar van wie? De onderzoekers maakten het systeem vertrouwd met de werken van tijdgenoten van Shakespeare in de hoop een antwoord te kunnen geven op die vraag. “Als je één kandidaat moet kiezen, zou het (Christopher, red.) Marlowe zijn,” stelt Segarra. “Als je er twee moet kiezen, dan zou je gaan voor Marlowe en (George, red.) Peele (…) Als je het combineert met historisch bewijs, dan heeft Marlowe duidelijk de voorkeur.” Onderzoeker Gabriel Egan onderschrijft dat. “Andere onderzoekers die totaal andere benaderingen gebruikten, hebben recent bewijs gevonden dat Marlowe tot de beste kandidaat maakt.”

Marlowe zou aan alledrie de Henry VI-toneelstukken hebben gewerkt. Hoe dat precies in zijn werk ging, is onduidelijk. “Er is een heel beroemde rel-scène in Henry VI, deel 2,” vertelt Egan. “Waarin één van de volgelingen van Jack Cade – een revolutionair – zegt: “Laten we eerst alle advocaten doden”. Ik denk dat Marlowe verantwoordelijk was voor de Jack Cade-scènes. Natuurlijk weten we niet of ze (Shakespeare en Marlowe, red.) samen zaten en als co-auteurs werkten. Shakespeare kan deze stukken er ook later in geplaatst hebben, bijvoorbeeld.”