Maar werkt de veelbelovende behandeling ook onder mensen?

Onderzoekers van Stanford University lijken een nieuwe, effectieve behandeling tegen kanker op het spoor te zijn. De behandeling is erop gericht het immuunsysteem een boost te geven, waardoor het afrekent met tumoren. En experimenten met muizen zijn veelbelovend. Wanneer onderzoekers twee stofjes die het immuunsysteem stimuleren direct in tumoren van muizen injecteerden, werden alle sporen van kanker – zelfs uitzaaiingen op grote afstand van de tumoren – weggevaagd. Experimenten wijzen bovendien uit dat de aanpak werkt voor verschillende typen kanker.

Snelle, goedkope therapie
De onderzoekers zijn enthousiast. Ze denken een vrij snelle en goedkope therapie te hebben gevonden die niet de bijwerkingen heeft die men vaak ziet als het immuunsysteem in het complete lichaam wordt gestimuleerd. “Wanneer we deze twee stofjes samen gebruiken, zien we dat tumoren in het gehele lichaam geëlimineerd worden,” vertelt onderzoeker Ronald Levy. “Deze aanpak maakt het overbodig om een voor tumoren specifieke aanpak van het immuunsysteem te ontwikkelen en vereist niet dat we het complete immuunsysteem activeren of de immuuncellen van een patiënt aan moeten passen.”

Vergelijkbaar

We spreken met recht van ‘vergelijkbare’ tumoren, want met één injectie kan men niet meerdere typen kanker tegelijkertijd bestrijden, zo blijkt uit een experiment. Hierbij transplanteerden de onderzoekers drie tumoren van twee verschillende typen in het lichaam van muizen. Vervolgens brachten ze de stofjes in één van de twee vergelijkbare tumoren in. Daarop werd die tumor en de tweede, vergelijkbare tumor aangepakt. Maar de derde tumor – die van een ander type was – niet. “Dit is een heel gerichte aanpak,” benadrukt Levy. “Alleen de tumor die dezelfde eiwitten herbergt als de behandelde tumor, wordt aangetast. We pakken dus specifieke doelen aan, zonder dat we eerst exact hoeven vast te stellen welke eiwitten de T-cellen herkennen.”

Hoe werkt het precies?
Immuuncellen zoals T-cellen herkennen meestal de abnormale eiwitten die aanwezig zijn op kankercellen. Zodra ze die detecteren, ‘infiltreren’ ze de tumor en proberen deze van binnenuit aan te vallen. Maar dat is niet altijd voldoende. En als een tumor groter wordt, slaagt deze er vaak in om de activiteit van de T-cellen te onderdrukken. De stofjes die de onderzoekers nu in de tumoren van muizen hebben geïnjecteerd doen eigenlijk twee dingen. Het ene stofje versterkt de expressie van een activerende receptor op het oppervlak van de T-cellen. Het andere stofje – dat T-cellen aanzet om de strijd aan te gaan met de kankercellen – bindt zich vervolgens aan die in verhoogde staat van paraatheid verkerende receptor. Een deel van de T-cellen zal de tumor waarin zij geïnfiltreerd zijn, aanvallen. Maar sommige T-cellen verlaten de tumor, ze gaan elders in het lichaam op zoek naar vergelijkbare tumoren (zie kader) om te vernietigen.

Experiment
De onderzoekers transplanteerden twee dezelfde typen tumoren in het lichaam van muizen. Vervolgens injecteerden ze één van deze tumoren met de twee stofjes. Dat leidde er niet alleen toe dat de geïnjecteerde tumor verdween: ook de tweede tumor – op een compleet andere plek in het lichaam – werd geëlimineerd. Uiteindelijk wisten de onderzoekers zo 87 tot 90 procent van de muizen te genezen. De kanker kwam bij een aantal muizen weer terug, maar werd toen op vergelijkbare wijze opnieuw behandeld. En met succes. De behandeling bleek bovendien te werken onder muizen met borst- darm- en huidkanker.

Grote vraag is natuurlijk of de therapie ook onder mensen werkt. Dat wordt momenteel uitgezocht. Levy heeft er echter alle vertrouwen in. Hij verwacht dat de therapie in de toekomst gebruikt wordt voorafgaand aan een operatie die erop gericht is om de tumor te verwijderen. De injectie kan dan voorkomen dat de kanker terugkomt doordat afgerekend wordt met ongeïdentificeerde uitzaaiingen of eventuele kankercellen die na de operatie nog achterblijven. Men kan zo in theorie zelfs de ontwikkeling van toekomstige tumoren die ontstaan door genetische mutaties zoals BRCA1 en 2 voorkomen. “Ik denk niet dat er grenzen zijn als het gaat om het type tumor dat we kunnen behandelen, zolang het immuunsysteem de tumor maar geïnfiltreerd heeft.”