Sterker nog: de vliegende reptielen waren bedekt met maar liefst vier verschillende typen veren.

Pterosaurussen – ook wel vliegende reptielen genoemd – leefden tussen 230 en 66 miljoen jaar geleden, oftewel gelijktijdig met de dinosaurussen. Het is al langer bekend dat deze vliegende reptielen met een pluizig materiaal (ook wel pycnofibres genoemd) bedekt waren, maar aangenomen werd dat hun lichaamsbedekking fundamenteel anders was dan die van met veren bedekte dinosaurussen en de latere vogels. Maar nieuw onderzoek van de universiteit van Bristol toont nu aan dat pterosaurussen wel degelijk met veren bedekt waren.

Mongolië
De onderzoekers trekken die conclusie na onderzoek in Mongolië, waar in het verleden al prachtige resten van pterosaurussen zijn teruggevonden. Met geavanceerde microscopen bestudeerden ze pterosaurussen die tezamen met hun pycnofibres bewaard waren gebleven. Het onderzoek wijst uit dat dit zachte, pluizige materiaal weldegelijk tot de veren gerekend kan worden én dat er niet één type pycnofibre, maar vier typen pycnofibres bestaan. En die vier typen zien we terug bij twee groepen dinosaurussen, waaronder de theropode dinosaurussen, waaruit later de vogels voort zouden komen.

Hier zie je een pterosaurus met de vier verschillende typen veren. Tijdens het nieuwe onderzoek zijn in de veren zelfs sporen van melanosomen ontdekt. Deze moeten de veren een gember-achtige kleur hebben gegeven. Afbeelding: Yuan Zhang.

Oorsprong
“Ondanks dat we zorgvuldig gezocht hebben, konden we geen enkel anatomisch bewijs vinden dat de vier typen pycnofibres anders zijn dan de veren van vogels en dinosaurussen,” vertelt onderzoeker Mike Benton. “Daarom moeten ze wel een evolutionaire oorsprong delen en dat moet zo’n 250 miljoen jaar geleden zijn geweest, lang voor de oorsprong van vogels.”

Dino’s met veren

Niet alle dinosaurussen waren met veren bedekt. Aangenomen wordt dat sauropode dinosaurussen en gepantserde dino’s geen veren bezaten. Ze beschikten wel over de mechanismen om deze te laten groeien, maar die mechanismen werden – in ieder geval onder volwassen individuen – onderdrukt.

Veren bij vogels, dino’s en pterosaurussen
Dat vogels kunnen vliegen en zo’n gestroomlijnde vorm hebben, is te danken aan twee van de vier typen veren die we bij moderne vogels terugvinden: dekveren en slagpennen. Deze twee typen veren zien we alleen bij vogels en theropode dinosaurussen – die dus vrij nauw aan de vogels verwant zijn. Daarnaast zien we bij vogels ook dons en filamenten, oftewel haartjes. Die zien we ook bij sommige dinosaurussen (zie kader hieronder) en pterosaurussen. De pterosaurussen zouden daarnaast ook hebben beschikt over een soort haarbundels en filamenten die in een soort toefje uitliepen (zie afbeelding hieronder).

Van links naar rechts de vier typen veren die bij pterosaurussen zijn teruggevonden: een filament, gebundelde filamenten, filamenten die uitliepen in een toefje en dons. Afbeelding: Zixiao Yang.

“Deze ontdekking heeft geweldige implicaties voor ons begrip van de oorsprong van veren, maar ook voor ons begrip van een belangrijke periode van revolutie voor het leven op het land,” aldus Benton. “Toen de veren zo’n 250 miljoen jaar geleden ontstonden, was het leven op aarde herstellende van de vernietigende massa-extinctie die aan het eind van het Perm plaatsvond. Onafhankelijk bewijs toont aan dat gewervelden op het land – waaronder de voorlopers van zoogdieren en dinosaurussen – hun manier van lopen aanpasten, in verschillende mate warmbloedig werden en over het algemeen sneller leefden (dus sneller volwassen werden, sneller stierven, red.). De voorouders van de zoogdieren hadden tegen die tijd haar verkregen, dus waarschijnlijk verkregen de pterosaurussen, dinosaurussen en familieleden veren.”