Dat concluderen onderzoekers nadat ze het genoom van 210.000 Amerikanen en Britten onder de loep namen.

De onderzoekers ontdekten dat sommige schadelijke genetische mutaties – zoals genetische varianten die in verband worden gebracht met Alzheimer – minder vaak te vinden zijn in het genoom van mensen die langer leven. Het suggereert volgens de onderzoekers dat natuurlijke selectie deze onwenselijke varianten aan het uitroeien is. “Het is een subtiel signaal,” erkent onderzoeker Joseph Pickrell. “Maar we hebben genetisch bewijs gevonden dat natuurlijke selectie plaatsvindt in populaties moderne mensen.”

Twee genen
Uit de analyse van Pickrell en collega’s kunnen heel concreet twee opmerkelijke conclusies worden getrokken. Zo zagen de onderzoekers bij vrouwen die ouder waren dan zeventig een enorme afname in de frequentie van het ApoE4-gen (een gen dat in verband wordt gebracht met Alzheimer). Dit is in lijn met eerder onderzoek dat aantoonde dat vrouwen met één of twee kopieën van dit gen doorgaans veel eerder komen te overlijden van vrouwen die het gen niet bezitten. Iets soortgelijks zagen de onderzoekers met betrekking tot de frequentie van een mutatie in het gen CHRNA3, die geassocieerd wordt met zwaar roken. De frequentie van deze mutatie nam sterk af onder mensen die van middelbare leeftijd of ouder waren.

Natuurlijke selectie in actie
Wat de onderzoekers zo verrast heeft, is dat ze slechts twee veelvoorkomende mutaties op het menselijk genoom hebben gevonden die van grote invloed zijn op de overlevingskansen. Je zou immers verwachten dat er veel meer zijn. Maar als dat het geval zou zijn geweest, zouden deze tijdens de grondige analyse van de onderzoekers boven moeten zijn komen drijven. Het onderzoek suggereert dan ook dat natuurlijke selectie reeds vele van deze vergelijkbare genvarianten – zelfs wanneer ze pas op latere leeftijd, zoals het ApoE4- en mutaties in CHRNA3-gen schadelijk zijn – heeft uitgeroeid. “Het kan zijn dat mannen die deze schadelijke mutaties niet bij zich dragen, meer kinderen kunnen krijgen of dat mannen en vrouwen die langer leven kunnen helpen met de kleinkinderen en zo hun overlevingskansen (die van de kleinkinderen en dus die van hun eigen genetisch materiaal, red.) vergroten,” legt onderzoeker Molly Prezeworski uit.

Vervolgonderzoek
De onderzoekers hopen dat in de toekomst meer mensen bereid zijn om hun genoom in kaart te laten brengen. Die extra data kan – in combinatie met informatie over de levensduur van mensen en het aantal kinderen en kleinkinderen dat mensen hebben – dan wellicht meer inzicht geven in hoe de menselijke soort op dit moment evolueert.

Nieuwe gewenste kenmerken ontstaan wanneer genetisch mutaties de kop opsteken die de overlevingskansen van het individu vergroten. Individuen met die mutaties hebben betere overlevingskansen en dus meer gelegenheid om zichzelf voort te planten en die genetische mutaties door te geven. Het betekent dat die mutaties generatie na generatie veelvuldiger voorkomen. Tenminste: als de omstandigheden niet veranderen. Want als die veranderen, kunnen eerder zo gewenste mutaties opeens niet meer zo wenselijk zijn. “De omgeving verandert voortdurend,” stelt onderzoeker Hakhamenesh Mostafavi. “Een kenmerk dat op de ene dag samenhangt met een langere levensduur in de ene populatie kan over een paar generaties of zelfs in de huidige generatie, maar dan in een andere populatie helemaal niet zo nuttig zijn.”