jongeaarde

De zoektocht naar jonge aardes waarop leven kan ontstaan lijkt zojuist iets eenvoudiger te zijn geworden. Onderzoekers tonen aan dat de planeten verder van hun ster verwijderd zijn dan gedacht en dus gemakkelijker te spotten zijn.

De onderzoekers hebben ontdekt dat de leefbare zone – de zone rond een ster waarin vloeibaar water op het oppervlak van een planeet kan bestaan – in het geval van jonge aardes veel verder van de ster verwijderd is dan gedacht. “De grotere afstand tot de ster betekent dat het mogelijk moet zijn om deze jonge aardes met behulp van de volgende generatie op aarde gevestigde telescopen te zien,” stelt onderzoeker Ramses Ramirez. “Ze zijn gemakkelijker te detecteren wanneer de leefbare zone verder van de zon verwijderd is, dus kunnen we ze waarnemen op het moment dat hun ster nog heel jong is.”

Leven kan verhuizen
De onderzoekers stellen tevens dat we het leven op deze jonge aardes wellicht niet aan gaan treffen op de plek waar het zich ontwikkelde. Aangezien koele sterren zich heel lang (wel 2,5 miljard jaar) in een fase kunnen bevinden die aan de fase waarin ze hun energie halen uit waterstoffusie voorafgaat, is het mogelijk dat het leven op het oppervlak van deze planeten begint en zich later – als de ster helderder wordt – ondergronds (of onder water) voortzet. “In de zoektocht naar planeten zoals de onze, staan ons zeker nog verrassingen te wachten,” voorspelt onderzoeker Lisa Kaltenegger. “Dat maakt de zoektocht zo opwindend.”

Dag, water!
De onderzoekers ontdekten tijdens hun studie bovendien dat planeten die in een later stadium – als hun koele ster al veel ouder is – in de leefbare zone belanden, in eerste instantie ontzettend veel water kunnen kwijtraken. Dat komt door een uit de hand gelopen broeikaseffect: de planeet absorbeert meer energie afkomstig van de ster dan deze terug de ruimte in kan sturen. En daardoor verdampt het water op de planeet. Toch is alle hoop op leven dan nog niet vervlogen, zo stellen de onderzoekers. Zulke planeten kunnen alsnog leefbaar worden als water op de planeten wordt afgeleverd nadat het broeikaseffect niet langer speelt. “Onze eigen planeet verkreeg extra water doordat deze gebombardeerd werd door waterrijke planetoïden, nadat het uit de hand gelopen broeikaseffect ten einde was,” vertelt Ramirez. “Planeten die rond koele sterren cirkelen en op een afstand staan die vergelijkbaar is met de afstand tussen de zon en de aarde of de zon en Venus kunnen op vergelijkbare wijze ‘bijgevuld’ worden.”

Het onderzoek van Ramirez en Kaltenegger biedt nuttige handvaten in de zoektocht naar jonge aardes. Zo geven de onderzoekers aan waar en wanneer we ze het beste kunnen vinden. Het volledige onderzoek is terug te vinden in het blad Astrophysical Journal Letters.