Het Erasmus MC gaat uitzoeken welke effecten SARS-CoV-2 op de longen en het hart heeft én hoe die voorkomen kunnen worden.

Van de miljoenen mensen die door het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2 getroffen zijn, zijn er gelukkig ook al weer heel veel genezen verklaard. Maar gaandeweg is wel duidelijker geworden dat de term ‘genezen’ zeker in het geval van coronapatiënten die ernstig ziek zijn geweest, niet betekent dat ze per ommegaande weer helemaal de oude zijn. Veel patiënten houden klachten. En er zijn aanwijzingen dat het virus de longen blijvend beschadigt. “Er ontstaat een nieuwe longziekte,” zo waarschuwde het Longfonds eerder al.

Nieuw onderzoek
Om die voormalige coronapatiënten de zorg te kunnen bieden die ze nodig hebben, is het belangrijk dat de langdurige gevolgen van de virusinfectie in kaart worden gebracht. Daarnaast kan meer inzicht in de zogenoemde ‘restschade’ misschien leiden tot betere behandelingen van toekomstige coronapatiënten, die er specifiek op gericht zijn om het ontstaan van die restschade te voorkomen.


Met het oog op dat laatste start het Erasmus MC nu een nieuw onderzoek. Binnen deze studie wordt gekeken naar de langdurige gevolgen die de virusinfectie voor de longen en het hart kan hebben.

De longen en het hart
Dat de longen een centrale rol spelen tijdens een infectie door SARS-CoV-2 is algemeen bekend. Het virus komt immers via deze organen het lichaam binnen. Vervolgens kan zowel het virus als de afweerreactie die het lichaam op gang brengt om het virus te bestrijden, tot grote schade aan de longen en het hart leiden.

Bloedstolsels
Daarnaast is inmiddels bekend dat ernstig zieke coronapatiënten vaak bloedstolsels vormen. Deze ontstaan onder meer in de bloedvaten van de longen en kunnen zowel de longen als het hart op deze manier verder beschadigen. Onderzoekers van het Erasmus MC denken dat deze bloedstolsels uiteindelijk zelfs kunnen leiden tot ernstige en levensbedreigende afwijkingen, zoals een verhoogde bloeddruk in de longen, die weer kan leiden tot hartfalen. Gehoopt wordt dat het onderzoek dat nu aan het Erasmus MC start, leidt tot het voorkomen van restschade die ontstaat doordat het longweefsel en het hart worden aangetast.


Onderzoek
Er wordt momenteel wereldwijd intensief onderzoek gedaan naar SARS-CoV-2. Veel van die onderzoeken zijn gericht op het behandelen en voorkomen van de virusinfectie. Zo worden er momenteel bijvoorbeeld verschillende medicijnen klinisch getest. Het levert wisselende resultaten op. Sommige in eerste instantie veelbelovende medicijnen blijken bijvoorbeeld toch niet zo effectief te zijn (denk bijvoorbeeld aan malariamedicijn hydroxychloroquine). Maar andere – zoals dexamethasone en remdesivir – lijken het herstel te bevorderen. Tegelijkertijd wordt er hard gewerkt aan vaccins, waarmee een virusinfectie voorkomen kan worden en de verspreiding van het virus een halt kan worden toegeroepen. Volgens de WHO zijn er wereldwijd 141 vaccins in ontwikkeling, waarvan er 16 momenteel ook daadwerkelijk op mensen worden getest. Gehoopt wordt dat er tussen al deze vaccins één of twee vaccins zitten die effectief én veilig zijn en op korte termijn op grote schaal kunnen worden geproduceerd. Als alles meezit, zouden de eerste vaccins dan mogelijk tegen het eind van dit jaar of begin volgend jaar verspreid kunnen worden.

Ondertussen loopt het aantal coronabesmettingen nog altijd op. Inmiddels zijn er wereldwijd meer dan 9,6 miljoen bevestigde besmettingen gemeld. Meer dan 489.000 mensen zijn door toedoen van het virus overleden. En de WHO waarschuwde deze week nog dat het virus steeds sneller om zich heen grijpt. “In de eerste maand van de uitbraak werden minder dan 10.000 besmettingen bij de WHO gemeld. In de laatste maand zijn er bijna vier miljoen gevallen gemeld. We verwachten dat het totale aantal besmettingen volgende week de 10 miljoen passeert,” aldus Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de WHO. “Het herinnert ons eraan dat we – terwijl het onderzoek naar vaccins en behandelingen doorgaat – nog steeds met veel urgentie alles moeten doen wat we kunnen doen om de verspreiding van het virus te voorkomen en levens te redden.”