Het perfect aantal blijkt nog niet zo gemakkelijk te berekenen te zijn.

Een gemiddeld persoon kan een stabiele, sociale relatie onderhouden met zo’n 150 mensen. Tenminste, als we de stelling die bekend staat als ‘Het getal van Dunbar’ moeten geloven. Maar onderzoekers verbannen die aanname nu naar het rijk der fabelen. “Het is met de beschikbare gegevens en methoden niet mogelijk om met enige precisie een goede schatting te maken,” aldus onderzoeker Andreas Wartel.

Het getal van Dunbar
Het getal van Dunbar houdt de vermeende cognitieve grens in van het aantal mensen waarmee een persoon een stabiele, sociale relatie kan onderhouden. Dit axioma werd in 1993 door de Engelse antropoloog Robin Dunbar bedacht. En hij kwam tot de conclusie dat mensen zo’n 150 vrienden kunnen hebben. Om tot dit getal te komen deed hij samen met een groep antropologen onderzoek naar de werking van sociale groepen bij 36 niet-menselijke primaten, waaruit hij een wiskundige formule formuleerde. Vervolgens extrapoleerde Dunbar zijn bevindingen naar de mens, daarbij rekening houdend met de grotere neocortex van onze primaatsoort.

Wankel
Maar een nieuwe onderzoeksgroep maakt nu korte metten met Het getal van Dunbar. Zij beweren dat je op deze manier namelijk helemaal niet het cognitieve limiet voor menselijke groepsgroottes kan bepalen. “De theoretische basis van Het getal van Dunbar is wankel,” stelt onderzoeker Patrik Lindenfors. “De hersenen van primaten verwerken informatie niet op dezelfde manier zoals onze hersenen dat doen. Bovendien hangt het sociale vermogen van primaten voornamelijk af van andere factoren dan de hersenen, zoals wat ze eten en wie hun vijanden zijn. Mensen hebben veel meer variatie in de grootte van hun sociale netwerken.”

Analyse
In de studie besloten de onderzoekers de analyses van Dunbar opnieuw uit te voeren. Dit deden ze met behulp van moderne, statische methoden en bijgewerkte gegevens over de hersenen van primaten. En dat leidt tot een interessante conclusie. Het team komt namelijk tot de ontdekking dat het perfecte aantal vrienden tegelijkertijd meer én minder dan 150 kan zijn. Hoe dat zit? De gemiddelde maximale groepsgrootte blijkt vaak onder de 150 mensen te zitten. Maar het grootste probleem is er een grote onzekerheidsmarge bestaat. Zo komen de onderzoekers uit op een ondergrens van 2 een bovengrens van 520 vrienden.

Geen perfect aantal
De studie schoffelt dus het idee dat mensen ‘maar’ rond de 150 vrienden kunnen hebben, onderuit. Dat kunnen er volgens hen dus net zo goed meer of minder zijn. Dat er overigens zo’n berekening voor het perfecte aantal vrienden bestond, begrijpen de onderzoekers wel. “Ik denk dat het Getal van Dunbar een wijdverspreid idee is, ook onder wetenschappers,” stelt Lindenfors. “Dit komt omdat het zo eenvoudig te begrijpen is. Onze bewering dat het nog niet zo gemakkelijk is om het perfecte aantal vrienden te berekenen, is daarentegen helemaal niet zo vermakelijk.”

Toch vinden de onderzoekers het belangrijk om de betrouwbaarheid van de stelling te verifiëren. Het getal van Dunbar roept daarnaast ook nog andere vragen op, waardoor de onderzoekers deze stelling in twijfel trekken. “Zijn menselijke sociale interacties echt genetisch beperkt door de manier waarop onze hersenen in elkaar steken?” vraagt onderzoeker Johan Lind zich hardop af. “Net zoals iemand kan leren om een enorm aantal decimalen van het getal pi te onthouden, kunnen onze hersenen ook getraind worden in het hebben van meer sociale contacten,” beweert hij. En dus lijkt het erop dat de onderzoekers Het Getal van Dunbar fundamenteel hebben ontkracht.