postduif

Meestal kunnen postduiven de weg naar huis moeiteloos vinden. Maar soms verdwalen ze massaal, zonder dat daar enige aanleiding voor lijkt te zijn. Wetenschappers komen nu met een interessante theorie die kan verklaren waarom postduiven soms de weg niet meer weten: ze kunnen dan hun thuis even niet ‘horen’.

Tientallen jaren geleden was onderzoeker Bill Keeton er getuige van hoe postduiven zowel van bekende als onbekende plekken startten en vervolgens vrijwel altijd met succes de weg naar huis konden vinden. Maar hij ontdekte ook al snel iets opvallends: wanneer postduiven van drie specifieke plekken – Castor Hill, Weedsport en Jersey Hill – vertrokken, namen ze bijna altijd de verkeerde afslag en verdwaalden. Maar op 13 augustus 1969 gebeurde er iets bijzonders. Toen slaagden de duiven die vanaf Jersey Hill vertrokken er plots wel in om de weg naar huis te vinden.

Raadsel
Keeton stond voor een raadsel: waarom konden de duiven de weg naar huis vanaf deze drie plekken niet vinden? En waarom lukte het ze in augustus opeens wel om vanaf Jersey Hill weer naar huis te vliegen? Lag het misschien aan het magnetisch veld? Was dat lokaal verstoord? Keeton zocht het uit, maar dat bleek niet het geval te zijn. Een nieuw mysterie was geboren.

Infrageluid
Nu, bijna 36 jaar later, komen wetenschappers met een mogelijke verklaring voor het vreemde gedrag. Onderzoeker Jon Hagestrum hoorde het verhaal van Keeton als student aan en begon er weer aan te denken toen hij ergens las dat duiven infrageluid met een zeer lage frequentie kunnen waarnemen. Infrageluid kan duizenden kilometers ver reizen. Zou het mogelijk zijn dat duiven in staat zijn om de infrageluiden van hun thuis te horen en deze – naast het magnetisch veld van de aarde – gebruiken om de weg naar huis te vinden? En zou het kunnen zijn dat ze die geluiden in sommige omstandigheden niet goed waar kunnen nemen?

WIST U DAT…

Opgelost?
Hagstrum besloot het uit te zoeken. Eerst reconstrueerde hij de omstandigheden in de atmosfeer op de dagen dat de duiven hopeloos verdwaalden. Vervolgens berekende hij hoe infrageluiden van de thuislocatie van de duiven door de atmosfeer reisden. Hij ontdekte dat het onmogelijk was dat de infrageluiden van het thuis van de duiven Jersey Hill bereikten. Op de dagen dat de duiven hier vandaan verdwaalden, werd het infrageluid van de grond weg geleid, hoog de atmosfeer in, zodat de duiven het niet konden horen. Maar op die ene dag – 13 augustus 1969 – waren de omstandigheden in de atmosfeer anders. Of beter gezegd: perfect. Nu waren de infrageluiden wel in staat om Jersey Hill te bereiken en konden de duiven moeiteloos de weg naar huis vinden.

Castor Hill
Dat de duiven ook vanaf Weedsport en Castor Hill moeite hadden om hun thuis te vinden, is eveneens door het infrageluid te verklaren. Het terrein en de wind verspreidden de infrageluiden waardoor deze de locatie waarvandaan de duiven vertrokken vanuit de verkeerde hoek bereikte. Daardoor gingen de duiven de verkeerde kant op, zo concludeert Hagstrum in het blad The Journal of Experimental Biology.

Het onderzoek van Hagstrum wijst erop dat duiven infrageluiden gebruiken om te bepalen in welke richting ze moeten vertrekken. Meer onderzoek is hard nodig om te achterhalen of de theorie van Hagstrum klopt en representatief is voor postduiven wereldwijd.