Het bewijs voor de versnelde uitdijing – dat drie astronomen in 2011 de Nobelprijs opleverde – is bij nader inzien toch niet zo overtuigend.

Aan het eind van de jaren negentig kwamen drie astronomen tot de conclusie dat het universum versneld uitdijde. Ze baseerden zich op een analyse van supernova’s van type Ia en mochten jaren later – in 2011 – een Nobelprijs in ontvangst nemen voor hun ontdekking. De wetenschappelijke wereld heeft de uitdijing van het universum inmiddels omarmd en zelfs een mysterieuze substantie in het leven geroepen die de drijvende kracht zou zijn achter de versnelde uitdijing: donkere energie.

Dunnetjes
Maar misschien moeten we nog eens goed nadenken over de versnelde uitdijing, zo suggereren onderzoekers van de universiteit van Oxford in het blad Scientific Reports. Het bewijs ervoor is – bij nader inzien – namelijk wat dunnetjes.

3 sigma
De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze 740 supernova’s van type Ia bestudeerden. Dat zijn er ongeveer tien keer meer dan de Nobelprijswinnende astronomen in de jaren negentig van de vorige eeuw analyseerden. “En we ontdekten dat het bewijs voor versnelde uitdijing hooguit een 3 sigma is, zoals natuurkundigen dat zeggen,” zo vertelt onderzoeker Subir Sarkar. “Dat is veel minder dan de “5 sigma-standaard” die nodig is om een ontdekking van fundamentele betekenis te claimen.”

Over sigma
Sigma vertelt iets over hoe zeker wetenschappers van hun zaak zijn. Wanneer ze spreken over 5 sigma dan is de kans dat hun gegevens op toeval berusten één op 3 miljoen. Hebben ze het over 3 sigma dan is de kans dat hun gegevens op toeval berusten 1 op 1000. “Een vergelijkbaar voorbeeld is de recente suggestie dat er met behulp van de Large Hadron Collider een nieuw deeltje ontdekt was met een massa van 750 GeV,” legt Sarkar uit. “In eerste instantie had het een 3.9 en 3.4 sigma-meting in december. Maar nieuwe gegevens lieten in augustus zien dat de significantie gedaald was naar minder dan 1 sigma. Het was gewoon een statistische fluctuatie en het deeltje bestaat niet.”

Constante uitdijing
En ook over de versnelde uitdijing van het universum zijn de onderzoekers dus nu iets minder zeker. Sterker nog: het nieuwe onderzoek wijst erop dat het universum heel constant uitdijt. Het zou goed kunnen verklaren waarom we maar geen grip kunnen krijgen op de aard van donkere energie – de hypothetische drijvende kracht achter de uitdijing – want als het universum niet uitdijt, is er ook geen donkere energie.

Kosmische achtergrondstraling
Maar hoe zit het dan met al die andere gegevens die het idee van een sneller uitdijend universum onderschrijven? Je moet dan bijvoorbeeld denken aan de kosmische achtergrondstraling. “De kosmische achtergrondstraling wordt niet direct beïnvloed door donkere energie,” merkt Sarkar fijntjes op. Hij wijst er tevens op dat veel vervolgonderzoek uitgevoerd is met de gedachten dat het universum versneld uitdijt en dat donker energie daar achter zit, in het achterhoofd.

“Natuurlijk moet er nog veel meer werk verzet worden om de natuurkundige wereld hiervan te overtuigen, maar ons werk laat zien dat een belangrijke pijler van het standaardmodel van de kosmologie vrij wankel is. Hopelijk leidt het tot betere analyses van kosmologische data en inspireert het theoretici om genuanceerdere kosmologische modellen te bestuderen.”