Een uitgebreid eDNA-onderzoek kan geen bewijs vinden voor de aanwezigheid van een gigantisch zeemonster.

Het is een wereldberoemde legende: het verhaal dat zich in het meer van Loch Ness een heus monster ophoudt. Hoewel talloze mensen beweren dat ze het monster met eigen ogen gezien hebben, blijft onduidelijk om wat voor enorm zeedier het dan precies zou gaan. Een heel populaire theorie is dat het gaat om een plesiosaurus: een gigantisch zeereptiel dat miljoenen jaren geleden in de aardse zeeën leefde, officieel is uitgestorven, maar – aldus deze theorie – in de krochten van Loch Ness een laatste toevluchtsoord heeft gevonden en de legende van Loch Ness leven in heeft geblazen. Andere – iets nuchterdere – verklaringen stellen dat het monster van Loch Ness een gigantische aal of meerval of steur is. Of misschien een haai.

Geen haaien of prehistorische monsters
Lang leek het erop dat we er nooit achter gingen komen. Tot Nieuw-Zeelandse onderzoekers vorig jaar aankondigden een poging te doen om al het leven in Loch Ness in kaart te brengen en dus en passant de jacht openden op het monster dat zich in het wereldberoemde meer op zou houden. En deze week zijn deze onderzoekers met de resultaten van hun omvangrijke studie op de proppen gekomen. En je zou ze enigszins teleurstellend kunnen noemen. De onderzoekers hebben namelijk geen enkel bewijs kunnen vinden voor de aanwezigheid van een plesiosaurus (oké, dat hadden we misschien ook niet verwacht) of een haai of een meerval of een steur.


WIST JE DAT…

…het monster van Loch Ness meer dan 1000 keer is gespot? Alle meldingen – die teruggaan tot het jaar 565 – zijn verzameld in het Official Loch Ness Monsters Sightings Register. In de meeste gevallen wordt het monster beschreven als een flink beest met een enorm lange nek.

eDNA
De onderzoekers trekken die conclusie op basis van eDNA, oftewel environmental DNA. Dit is DNA dat organismen in hun omgeving achterlaten. “Welk organisme ook door een leefgebied beweegt: het laat altijd kleine fragmenten DNA achter afkomstig van de huid, schubben, veren, vacht, uitwerpselen en urine,” stelt onderzoeker Neil Gemmell. “Dit DNA kunnen we pakken, in kaart brengen en gebruiken om dat organisme te identificeren.” De onderzoekers verzamelden eDNA door in het meer op meer dan 250 plekken en op verschillende dieptes watermonsters te verzamelen. Een uitgebreide analyse van eDNA in deze watermonsters geeft een vrij compleet beeld van het leven in het meer én eromheen. Zo waren de onderzoekers verrast dat ze in het meer ook veel DNA van op het land levende soorten, waaronder mensen, honden, schapen, konijnen en vossen, ontdekten. In totaal werd er eDNA aangetroffen van 11 vissoorten, 3 soorten amfibieën, 22 vogelsoorten en 19 zoogdieren. Van de meeste van deze organismen was overigens al bekend dat ze zich in of nabij Loch Ness ophielden.

Aal
Wat de onderzoekers dus niet konden vinden, was eDNA van meervallen, haaien of plesiosaurussen. Het betekent dat er als het gaat om het monster van Loch Ness eigenlijk maar één hypothese overeind is gebleven en dat is de hypothese dat het om een uit de kluiten gewassen aal gaat. “We hebben heel veel DNA van alen ontdekt,” zo schrijven de onderzoekers op hun website. “Alen komen op grote schaal in Loch Ness voor, we vinden hun DNA bijna op elke plek waar we watermonsters hebben verzameld. Er zijn er echt een heleboel.” Of daar ook gigantische exemplaren tussen zitten, kan aan het DNA niet worden afgelezen. “We moeten meer onderzoek doen om de theorie te kunnen bevestigen of verwerpen,” zo stellen de onderzoekers.


Slag om de arm
De echte Nessie-fans zullen misschien wat teleurgesteld zijn bij het idee dat ‘hun monster’ in het gunstigste geval slechts een uit de kluiten gewassen paling is. Het doet immers toch wel een beetje afbreuk aan die prachtige legende die zo tot de verbeelding spreekt. Gelukkig is er voor de echte Nessie-fan nog een sprankje hoop. Zo weten de onderzoekers dat ze niet van alle soorten die in het meer leven eDNA hebben gevonden. Soorten die slechts in kleine getale in het meer voorkomen of migreren (zoals bijvoorbeeld de steur) en dus slechts een deel van het jaar in het meer voorkomen, maar ook soorten die maar weinig cellen en dus DNA aan hun omgeving afgeven kunnen bij deze aanpak gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Bovendien moeten we niet vergeten dat Loch Ness heel groot is en eDNA vrij snel uit het meer verdwijnt. “Het houdt slechts dagen tot hooguit weken stand, dus het blijft mogelijk dat er iets aanwezig is dat we niet gedetecteerd hebben, omdat we de verkeerde plaats op het verkeerde moment bemonsterd hebben.”

“Bewijzen dat iets niet bestaat, is bijna onmogelijk”

Staande golven
Kortom: ook dit onderzoek heeft geen bewijs gevonden voor de aanwezigheid van een monster, maar kan het bestaan ervan ook niet ontkrachten. “Bewijzen dat iets niet bestaat, is bijna onmogelijk,” zo stellen de onderzoekers. “We hebben echter een theorie die we kunnen gaan testen: die van de gigantische aal, en het kan de moeite waard zijn om die theorie verder te verkennen.” Tegelijkertijd blijven de onderzoekers ook heel nuchter. Want als het daadwerkelijk om een aal gaat, moet deze echt gigantisch zijn om sommige Nessie-waarnemingen te kunnen verklaren. Je moet dan al snel denken aan een paling van meerdere meters lang. Niet heel aannemelijk als je bedenkt dat de langste Europese aal die tot op heden is gespot nog geen 2 meter lang was.

Zijn er dan misschien nog alternatieve verklaringen te bedenken voor wat honderden mensen met eigen ogen in Loch Ness hebben gezien? Volgens de onderzoekers zijn de meeste waarnemingen van Nessie het beste te verklaren door uit het water stekende stukken hout of zogenoemde staande golven. Niet zo spannend, maar wel een prachtig voorbeeld van de menselijke kracht der verbeelding.