schedel

Wetenschappers hebben in Dmanisi (Georgië) een complete schedel van een verre voorouder van de mens ontdekt. De schedel gooit het hele beeld dat we van onze evolutie hadden, overhoop en suggereert dat de diversiteit tussen mensachtige soorten twee miljoen jaar kleiner was dan gedacht en dat de diversiteit onder de Homo erectus net zo groot was als vandaag de dag.

Wij mensen behoren tot het geslacht Homo. Het evolutionaire begin van dit geslacht – zo’n twee miljoen jaar geleden – wordt omringd door heel wat interessante vragen. Bijvoorbeeld: Waren er in het begin meerdere gespecialiseerde Homo-soorten in Afrika, waarvan in ieder geval eentje erin slaagde om het continent te verlaten? Of was er één soort en was er binnen die soort een grote diversiteit die de soort in staat stelde om in verschillende ecosystemen te overleven?

Lastig te beantwoorden
Interessante vragen waar onderzoekers maar geen antwoord op konden vinden. Dat komt doordat er maar zelden complete fossiele resten afkomstig uit één en hetzelfde gebied en één en dezelfde tijd, worden ontdekt. “Dit maakt het heel lastig om variaties tussen soorten of variaties binnen soorten te herkennen,” legt onderzoeker Christoph Zollikofer uit.

Vijf schedels
De vondst in Georgië stelt onderzoekers nu in staat om die diversiteit wel te herkennen. Eerder werden in hetzelfde gebied namelijk al vier andere redelijk complete schedels ontdekt die niet alleen uit hetzelfde gebied, maar ook uit dezelfde tijd stammen. De nu ontdekte schedel onderscheidt zich op meerdere punten van de andere schedels. Zo heeft deze een heel groot gezicht, de meest massieve kaak en tanden en het kleinste brein.

De vijf schedels die in Georgië zijn ontdekt. Afbeelding: Marcia Ponce de León / Christoph Zollikofer / Universiteit van Zürich.

De vijf schedels die in Georgië zijn ontdekt. Afbeelding: Marcia Ponce de León / Christoph Zollikofer / Universiteit van Zürich.

Eigenschappen
De vondst is belangrijk, omdat in deze schedel verschillende eigenschappen samenkomen die onderzoekers in het verleden gebruikten als een argument om te concluderen dat een hominide tot een andere soort behoorde dan hominiden zonder die eigenschappen. In andere woorden: als we het grote gezicht en kleine brein van deze hominide in twee verschillende fossiele resten hadden aangetroffen dan was er waarschijnlijk geconcludeerd dat de beide fossiele resten elk tot een andere soort behoorden. De vondst suggereert dat diversiteit binnen een soort eerder regel dan uitzondering is. Een tweede onderzoek dat gelijktijdig verschijnt, onderschrijft dat. Uit dit onderzoek blijkt dat verschillen tussen de kaken van de Dmanisi-mensen veroorzaakt worden door verschillen in slijtage van de tanden. “De vijf Dmanisi-individuen zijn allemaal opvallend anders, maar niet sterker anders dan vijf moderne menselijke individuen of vijf individuele chimpansees anders zijn ten opzichte van elkaar,” stelt onderzoeker Christoph Zollikofer.

Eigenschappen die in het verleden dus gebruikt werden om soorten van elkaar te scheiden, lijken daarvoor niet zo geschikt. Het wordt tijd voor een verandering in denken, zo stellen de onderzoekers. We kunnen er voorzichtig van uitgaan dat de Afrikaanse fossielen die zo’n 1,8 miljoen jaar oud zijn waarschijnlijk allemaal tot één soort behoren die het best beschreven kan worden als Homo erectus. Dat suggereert dat H. erectus zo’n twee miljoen jaar geleden in Afrika ontstond en zich daarna verspreidde over Eurazië (waaronder Dmanisi), maar ook China en Java, waar de oudste resten van H. erectus zo’n 1,2 miljoen jaar oud zijn. En daarmee is H. erectus de eerste wereldwijde speler op het wereldtoneel.