kaart

Het United States Naval Observatory heeft de meeste sterren ooit in kaart gebracht. 228 miljoen stuks, om precies te zijn. Dat zijn er negen miljoen meer dan de catalogus van de universiteit van Hertfordshire, die vorig jaar is uitgebracht.

In totaal zijn er 65.000 foto’s van de USNO-sterrenwacht gebruikt om de 228 miljoen sterren te documenteren. De sterren hebben een helderheid van +3 tot +18,5. Een magnitude van +18,5 betekent dat een object 100.000 keer zwakker is dan een hemellichaam dat nét met het blote oog te zien is, bijvoorbeeld de planeet Uranus in oppositie.

De USNO-sterrenwacht

De USNO-sterrenwacht

CCD-superhelden
De astronomen hebben een bijzondere camera gebruikt om de foto’s te schieten. De digitale camera heeft vier gigantische CCD-detectoren. Iedere chip heeft 10.560 bij 10.560 beeldpunten en deze beeldpunten zijn slechts negen micrometer breed. Iedere pixel is dus dunner dan de dikte van aluminiumfolie. Iedere hemelkaart bestaat hierdoor uit bijna 450 miljoen pixels en bevat één gigabyte aan data.

Eigenbeweging
Wat extra bijzonder is, is het feit dat de astronomen niet alleen de sterren in kaart hebben gebracht, maar tevens de eigenbeweging van de meeste sterren hebben vastgesteld. Hoewel de meeste sterren in de Melkweg om het centrum draaien, beweegt de ene ster iets sneller of net in een andere richting dan de andere ster. De eigenbeweging onthult waar de sterren naar toe reizen. Hierdoor kunnen wetenschappers simulaties maken hoe de sterrenhemel er over honderd, duizend en tienduizend jaar uit gaat zien.

Alleen de noordelijke helft
Kunnen andere sterrenwachten hun observatoria sluiten? Nee, natuurlijk niet. De USNO heeft enkel foto’s gemaakt van de noordelijke nachthemel. De catalogus kan dus nog worden uitgebreid met foto’s van zuidelijke sterrenstelsels. Sommige sterren zijn namelijk alleen op de zuidelijke helft van de aarde zichtbaar, zoals de nabije ster Alpha Centauri. Deze ster ontbreekt daarom in deze catalogus.