Wanneer een zware onstabiele atoomkern wordt gesplitst, dan ontstaan er twee of meer lichtere kernen. Meestal ontstaan er symmetrische kernen met dezelfde massa. Heel soms vindt er een asymmetrische kernsplijting plaats. Wetenschappers van CERN in Zwitersland melden dat zij een nieuw soort asymmetrische kernsplijting hebben ontdekt.

De wetenschappers zijn erachter gekomen dat het isotoop kwik-180 zich asymmetrisch splitst in ruthenium-100 en krypton-80, in plaats van twee zirkonium-90’s. De kern van kwik-180 bevat 80 protonen en 100 neutronen. Een logische splitsing zou zijn: 40 protonen en 50 neutronen, oftewel zirkonium-90. Toch blijkt nu dat kwik zich splitst in ruthenium-100 (44 protonen, 56 neutronen) en krypton-80 (36 protonen, 44 neutronen).

Het is de eerste keer dat wetenschappers een asymmetrische splijting niet direct kunnen verklaren. Eerdere asymmetrische splijtingen gebeurden vooral met isotopen van uranium. Zulke isotopen splitsen zich soms asymmetrisch in twee kernen: tin-132 en een kleiner fragment. Dit kunnen wetenschappers echter goed verklaren, omdat tin-132 een zeer stabiele isotoop is.

WIST U DAT…

…het gebied rondom Tsjernobyl nog steeds radioactief is?

Opvallend genoeg kost de asymmetrische splijting van kwik-180 minder energie dan een normale symmetrische splijting. Waarom? Dat is nog niet bekend, maar het is waarschijnlijk wel de aanleiding voor de asymmetrische splijting. Het is daarom heel goed mogelijk dat meer isotopen splijten in asymmetrische fragmenten. Wetenschappers hebben een andere isotoop van kwik getest en ook daar is het resultaat asymmetrisch.

Wetenschappers proberen kernsplijting te doorgronden, omdat we hierdoor meer leren over dit bijzondere natuurkundige proces. In onze maatschappij is kernsplijting erg belangrijk, aangezien gestimuleerde splijting in kerncentrales wordt gebruikt om energie op te wekken.