Wat deze extra bijzonder maakt, is dat muizen en andere veelvuldig bestudeerde labdieren ‘m niet hebben.

Is dit dan een hersencel die we alleen bij mensen aantreffen? Dat is op dit moment nog niet duidelijk. Maar dat de hersencel niet voorkomt bij muizen en andere veelvuldig bestudeerde knaagdieren is volgens de onderzoekers intrigerend. Ze achten het dan ook zeker mogelijk dat het nieuwe type hersencel op termijn toegevoegd kan worden aan het zeer korte lijstje met neuronen die tot op heden alleen in het mensen- of primatenbrein zijn aangetroffen.

Hersenschors
De onderzoekers ontdekten de hersencel toen ze zich bogen over de hersenen van twee overleden mannen die hun lichaam ter beschikking van de wetenschap hadden gesteld. De onderzoekers bestudeerden delen van de bovenlaag van de hersenschors: het buitenste deel van het brein dat verantwoordelijk is voor het menselijk bewustzijn en tal van andere functies die we eigenlijk alleen bij mensen zien. “Het is het meest complexe deel van het brein,” stelt onderzoeker Ed Lein. “En over het algemeen wordt het ook gezien als de meest complexe structuur in de natuur.” In deze cortex troffen de onderzoekers dus het nieuwe type hersencel aan dat ze het ‘rozenbottel-neuron’ hebben gedoopt. Die naam heeft de hersencel te danken aan het feit dat deze – met een beetje fantasie – wel wat weg heeft van een roos die zijn blaadjes heeft laten vallen.

De hersencel. Afbeelding: Boldog, et al.; Nature Neuroscience.

Specifieke rem
Het nieuwe type hersencel kan gerekend worden tot de zogenoemde ‘remmende neuronen’. Ze kunnen de activiteit van andere hersencellen afremmen. Wat deze nieuwe hersencel zo bijzonder maakt, is dat deze zich alleen kan hechten aan een specifiek deel van het neuron die deze af wil remmen. Het wijst erop dat deze de informatiestroom in het brein op een heel gespecialiseerde manier stuurt. Als je de remmende neuronen vergelijkt met remmen in een auto, zou het rozenbottel-neuron jouw auto alleen op heel specifieke punten op de route tot stilstand laten komen. “Dit celtype – of autotype – kan stoppen op plekken waar andere celtypen niet kunnen stoppen,” legt onderzoeker Gábor Tamás uit. “De auto’s of celtypes die deelnemen aan het verkeer in een knaagdierenbrein kunnen niet op deze plekken stoppen.”

Verder
Vervolgonderzoek moet uitwijzen of deze hersencel ook voorkomt in andere hersengebieden (dus buiten de hersenschors). Ook is het natuurlijk interessant om te achterhalen of andere primaten over dit celtype beschikken.

Wat het onderzoek voor nu in ieder geval wel laat zien, is dat de muis – een veelgebruikt proefdier – niet altijd een goede representatie is van de mens. “Onze hersenen zijn geen uitvergrote muizenhersenen,” benadrukt onderzoeker Trygve Bakken. “Veel van onze organen kunnen redelijk gemodelleerd worden met behulp van een dierenmodel,” stelt Tamás. “Maar waarin we ons onderscheiden van de rest van het dierenrijk is de capaciteit en output van ons brein. Dat maakt ons mens. En die menselijkheid blijkt heel lastig te modelleren met behulp van een dier.”