kip

Het vogelgriepvirus dat recentelijk aan iets meer dan tien mensen het leven kostte en zich nog steeds aan het verspreiden is, past zich aan menselijke cellen aan. Dat blijkt uit een genetische analyse. En daarmee is er een kans dat het virus uitgroeit tot een wereldwijd probleem.

Dat schrijven onderzoekers in het blad Eurosurveillance. Ze baseren hun conclusies op een genetische analyse van het vogelgriepvirus H7N9. Ze bestudeerden het virus zoals dat zowel in mensen, vogels als in de lucht voorkomt.

Efficiënt
Uit het onderzoek blijkt dat alleen het virus dat in mensen voorkomt, beschikt over een gemuteerd eiwit dat het virus in staat stelt om op efficiënte wijze in menselijke cellen te groeien. “En dat het in staat stelt om te groeien bij een temperatuur die overeenkomt met de temperatuur in de bovenste luchtwegen van mensen, een temperatuur die lager ligt dan in vogels,” vertelt onderzoeker Yoshihiro Kawaoka.

Over H7N9

H7N9 is een nieuwe stam van het vogelgriepvirus. Eind maart werd duidelijk dat deze stam mensen ziek heeft gemaakt. Tot op heden zijn iets meer dan dertig mensen besmet geraakt. Meer dan tien patiënten zijn aan de griep overleden.

Aanpassen
Het is nog te vroeg om te stellen dat dit virus een pandemie gaat veroorzaken. Wel stellen de onderzoekers vast dat het virus zich aanpast aan zoogdieren en dan in het bijzonder aan mensen.

Medicijnen
De onderzoekers gingen ook na hoe het virus reageert op verschillende griepmedicijnen. Hieruit blijkt dat de nieuwe stam behandeld kan worden met behulp van oseltamivir (ook wel bekend onder de merknaam Tamiflu).

H7N9 is een subtype van het vogelgriepvirus. Normaal gesproken infecteren vogelgriepvirussen mensen niet zo gemakkelijk, maar soms zijn ze in staat om zich aan mensen aan te passen en dan zijn ze zeer gevaarlijk. “Deze virussen beschikken over verschillende kenmerkende eigenschappen van griepvirussen onder zoogdieren en dat draagt waarschijnlijk bij aan hun vaardigheid om mensen te infecteren,” stelt Kawaoka. De virussen die hij onderzocht heeft – zowel de virussen die onder vogels als onder mensen voorkomen – blijken te beschikken over een mutatie die ze in staat stelt om menselijke cellen gemakkelijk te infecteren. Ook trof hij onder menselijke patiënten een mutatie aan die het mogelijk maakte dat het virus zich snel vermenigvuldigde.