De test – die in 94% van de gevallen in de juiste diagnose resulteert – kan van cruciaal belang zijn in de zoektocht naar een medicijn tegen Alzheimer.

Onderzoek heeft uitgewezen dat het brein van mensen met Alzheimer decennia voor ze de eerste symptomen ontwikkelen al verandert; er vormen zich dan reeds schadelijke samenklonteringen van het eiwit amyloïde bèta. Tot op heden waren die eerste aanwijzingen voor de ziekte enkel zichtbaar op PET-scans van het brein. Maar Amerikaanse onderzoekers hebben nu een veel goedkopere manier gevonden om Alzheimer al heel vroeg te kunnen diagnosticeren: een simpele bloedtest. Deze blijkt niet alleen heel accuraat, maar ook nog eens veel gevoeliger te zijn dan de PET-scan.

Hoe werkt het?
Men neemt wat bloed af en kijkt vervolgens naar twee vormen amyloïde bèta-eiwitten: amyloïde bèta 42 en -40. De verhouding tussen die twee typen eiwitten verandert namelijk naarmate er meer amyloïde bèta-eiwitten in het brein ophopen.


Test
De onderzoekers verzamelden 158 volwassen proefpersonen die allemaal de 50 gepasseerd waren. Bij al deze proefpersonen werd bloed afgenomen. Daarnaast ondergingen ze een PET-scan. In 88% van de gevallen bleek het bloedmonster hetzelfde verhaal te vertellen als de PET-scan. Daarmee was de bloedtest behoorlijk accuraat, maar niet zo accuraat als je van een diagnostische test mag verwachten. Daarom probeerden de onderzoekers de test nog accurater te maken door ook rekening te houden met risicofactoren voor Alzheimer. De belangrijkste risicofactor is leeftijd: als men de 65 gepasseerd is, verdubbelt de kans op het ontwikkelen van Alzheimer elke vijf jaar. Een andere belangrijke risicofactor is de genetische variant APOE4; wanneer mensen deze bezitten, is de kans op Alzheimer drie tot vijf keer groter. Wanneer onderzoekers in hun analyse van het bloed ook rekening hielden met deze risicofactoren, kon de test in 94% van de gevallen de juiste diagnose stellen.

Gevoelig
En er zijn zelfs aanwijzingen dat de bloedtest gevoeliger is dan de nu veelgebruikte PET-scan, zo stellen de onderzoekers, op basis van hun experiment. Er waren namelijk mensen bij wie de bloedtest uitwees dat zij Alzheimer hadden, maar waar op de gelijktijdig gemaakte PET-scan niets geks te zien was en pas op PET-scans die zo’n vier jaar later werden gemaakt de eerste aanwijzingen voor Alzheimer opdoken. Het suggereert dat de bloedtest – waarvan in eerste instantie op basis van de eerste PET-scan nog werd gedacht dat de uitslag niet klopte – de eerste signalen van Alzheimer had opgemerkt, terwijl die zelfs op de PET-scan nog niet te zien waren.

In theorie zou de bloedtest over enkele jaren al beschikbaar kunnen zijn. De grote vraag is natuurlijk of je decennia voor de eerste klachten ontstaan al wilt weten dat je Alzheimer krijgt. Op dit moment waarschijnlijk niet; er is namelijk geen behandeling voorhanden waarmee de ontwikkeling van Alzheimer zodanig vertraagd kan worden dat symptomen uitblijven. Toch is de bloedtest van grote waarde. Deze kan namelijk van cruciaal belang zijn in de zoektocht naar een medicijn dat Alzheimer afremt en – in een later stadium – voor het tijdig diagnosticeren van de ziekte (zie kader).

Neurologen zijn het er over het algemeen wel over eens dat met (toekomstige) behandelingen van Alzheimer zo vroeg mogelijk moet worden begonnen. Het liefst nog voor de eerste symptomen zich aandienen. Want zodra er symptomen optreden, zijn de hersenen vaak al zodanig beschadigd dat een volledig herstel onmogelijk is.

De zoektocht naar een medicijn dat Alzheimer afremt, wordt enorm bemoeilijkt door het feit dat het lastig is om mensen te vinden zonder symptomen, maar met een prille vorm van Alzheimer die deel kunnen nemen aan klinisch onderzoek waarin medicijnen die mogelijk kunnen voorkomen dat iemand uiteindelijk daadwerkelijk dementie krijgt, worden getest. “Op dit moment worden mensen voor klinisch onderzoek gescreend met behulp van hersenscans, dat kost veel tijd en geld en het duurt jaren om voldoende deelnemers voor onderzoek te vinden,” vertelt onderzoeker Randall J. Bateman. “Maar met een bloedtest kunnen we mogelijk duizenden mensen per maand screenen. Dat betekent dat we op veel efficiëntere wijze mensen kunnen vinden voor klinisch onderzoek en dat helpt ons om sneller behandelingen te vinden.”