Het isoleren van coronapatiënten met symptomen is niet genoeg.

Coronapatiënten zijn grofweg in drie categorieën onder te verdelen. Je hebt patiënten die symptomen vertonen. En je hebt patiënten die asymptomatisch zijn. Zij zijn besmet met het virus, maar vertonen helemaal geen symptomen. En als laatste heb je dan nog de presymptomatische patiënten. Zij zijn (vrij recent) ook met het virus besmet, vertonen op dit moment geen symptomen, maar ontwikkelen die later nog.

Detecteren en isoleren
De eerstgenoemde patiëntengroep is vanzelfsprekend vrij gemakkelijk op te sporen en te isoleren. Een stuk lastiger wordt het echter met asymptomatische en presymptomatische patiënten. En toch is het zaak dat we ook die op de radar krijgen, zo stellen Canadese onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.


Hun onderzoek wijst namelijk uit dat het grootste deel van de nieuwe besmettingen te herleiden is naar mensen die (nog) geen symptomen vertonen. Het betekent dat het onmogelijk is om nieuwe corona-uitbraken te voorkomen door alleen symptomatische patiënten te detecteren en isoleren. Het is dan ook zaak dat ook asymptomatische en presymptomatische patiënten worden opgespoord en in thuisisolatie worden geplaatst.

Het onderzoek
De onderzoekers trekken hun conclusies op basis van simulaties. Omdat nog niet helemaal duidelijk is bij hoeveel mensen de virusinfectie asymptomatisch verloopt, simuleerden ze voor verschillende leeftijdsgroepen, verschillende scenario’s waarin tussen 17,9 en 30,8 procent van de coronapatiënten geen symptomen vertoont. In elk van die scenario’s werd gekeken hoe de epidemie verliep als de symptomatische patiënten direct werden geïsoleerd (en zij het virus dus alleen in de presymptomatische fase konden overdragen). Ook werd er gekeken wat er gebeurde als tevens een percentage van de presympomatische en asymptomatische patiënten tijdig in isolatie werd geplaatst. Elk scenario werd vervolgens losgelaten op een gesimuleerde populatie van 10.000 mensen, waarin één individu reeds met het virus besmet was geraakt. Daarna werd herhaaldelijk gekeken hoe het virus zich onder de gesimuleerde omstandigheden verspreidde.

Resultaten
Het onderzoek wijst uit dat een groot deel van de nieuwe besmettingen veroorzaakt wordt door mensen die (nog) geen symptomen vertonen. Het is in lijn met wat observationele studies laten zien. Zo wezen onderzoeken uitgevoerd in China en Singapore, eerder ook al uit dat veel mensen met het virus besmet raakten door contact met mensen die op dat moment (nog) geen symptomen vertoonden. “En zulke ‘stille besmettingen’ kunnen op zichzelf – zelfs als alle symptomatische patiënten direct geïsoleerd worden – uitbraken in stand doen houden,” zo waarschuwen de onderzoekers.


Contactonderzoek
Heel concreet moet volgens de onderzoekers zeker een derde van de asymptomatische en presymptomatische patiënten worden geïsoleerd om nieuwe uitbraken te voorkomen. Maar om deze patiënten te kunnen isoleren, moet je ze eerst opsporen. En hoe doe je dat? Contactonderzoek is hierbij het toverwoord, aldus de onderzoekers. Door nauwgezet alle contacten van een coronapatiënt in kaart te brengen en ook contacten die op dat moment geen symptomen vertonen, te testen, kunnen asymptomatische en presymptomatische coronapatiënten worden opgespoord. Haast is daarbij geboden. “Vertragingen in contactonderzoek vergroten de kans op nieuwe besmettingen, zeker aangezien mensen zonder symptomen zich over het algemeen niet bewust zijn van het risico dat ze voor anderen vormen en dus ook minder geneigd zijn om hun sociale contacten te beperken.”

Zo snel kan het gaan
Waar in eerste instantie werd aangenomen dat alleen coronapatiënten met symptomen het virus op anderen kunnen overdragen, bleek na onderzoek al snel dat ook mensen die (nog) geen symptomen vertonen het virus kunnen verspreiden. Het maakt het aanzienlijk lastiger om verspreiding van het virus te beperken. Zo publiceerde het Amerikaanse CDC (de tegenhanger van ons RIVM) recent nog een verslag van een opmerkelijk Chinees contactonderzoek waaruit bleek dat een asymptomatische coronapatiënt door het gebruik van een lift uiteindelijk 70 mensen besmette. De vrouw in kwestie vertrok in maart vanuit de VS naar China. Ze had het coronavirus op dat moment onder de leden, maar vertoonde geen symptomen. Eenmaal in China aangekomen, begaf ze zich – met de lift – naar een woning waar ze 14 dagen in quarantaine ging. Haar onderbuurman had geen direct contact met de vrouw, maar gebruikte – op een ander moment – wel dezelfde lift als de vrouw en raakte besmet met het coronavirus. Hij gaf het virus vervolgens in de presymptomatische fase door aan familieleden, die het weer nietsvermoedend doorgaven aan vrienden. Eén van die vrienden kreeg kort daarna een beroerte en werd om die reden opgenomen in het ziekenhuis, waar hij 28 mensen besmette, waaronder vijf verpleegkundigen en een arts. Pas een paar dagen later testte een familielid van de buurman van de asymptomatische coronapatiënt waarmee het allemaal begonnen was, positief op het virus en begon men het besmettingscluster in beeld te krijgen. Weer een paar dagen later ontdekte men dat de nog altijd asymptomatische buurvrouw was teruggekeerd uit de VS en werd zij aangewezen als patiënt 0. Tegen die tijd waren echter al 71 mensen met het virus besmet geraakt.

De casus onthult maar weer eens hoe onzichtbaar het virus werkelijk kan zijn. En illustreert de noodzaak van het op de radar krijgen van mensen die (nog) geen symptomen vertonen. Want hoe ongrijpbaar ze ook zijn; hun rol in deze pandemie is te groot om ze buiten beeld te houden.