leren

U ziet ze wel eens in films of in stripboeken: van die mutsjes die uitvinders opzetten om beter te kunnen denken. Nou, wie weet duiken die mutsjes binnenkort ook in het straatbeeld op. Onderzoekers hebben namelijk ontdekt dat een elektrisch ‘denkmutsje’ echt werkt.

Onderzoekers zetten een aantal proefpersonen een muts met daarin elektroden op. Er werd een elektrode op de kruin geplaatst. En één op de wang. Vervolgens kregen de proefpersonen middels die elektronen milde schokjes die van de kruin naar de wang of van de wang naar de kruin reisden. Of ze kregen een ‘controle-schokje’, waarbij ze wel iets voelden tintelen, maar het brein niet werd beïnvloed.

Oeps, foutje!
Zo werd het brein gedurende twintig minuten in één van de twee richtingen (of in de controlegroep: niet) gestimuleerd. De onderzoekers richtten zich daarbij op de mediale frontale cortex. Dit deel van het brein helpt ons realiseren dat we iets fout doen en speelt dus een belangrijke rol wanneer we iets willen leren.

WIST U DAT…

Testje
Nadat het brein zo twintig minuten geprikkeld was geweest, moesten de proefpersonen een testje doen. Tijdens dat testje moesten ze middels trial and error leren welke knop bij welke kleur op een scherm hoorde.

Resultaten
Wanneer de mediale frontale cortex geprikkeld werd door een stroompje dat van de bovenkant van het hoofd naar de wang liep, was dit deel van het brein veel actiever. De proefpersonen maakten ook veel minder fouten en leerden sneller van hun fouten. Dat effect bleef tot zo’n vijf uur na de hersenstimulatie hangen. Wanneer de mediale frontale cortex geprikkeld werd door een stroompje dat van de wang naar de bovenkant van het hoofd liep, werd dit deel van het brein minder actief, maakten de proefpersonen meer fouten en leerden ze minder snel van die fouten. “Dus wanneer we dat proces beter reguleren, kunnen we ervoor zorgen dat je voorzichtiger bent, minder snel fouten maakt en jezelf beter aanpast aan nieuwe of veranderende omstandigheden en dat is best bijzonder,” vindt onderzoeker Robert Reinhart. De proefpersonen merkten daar zelf weinig van. De mate waarin ze fouten maakten, varieerde namelijk maar vier procent. Maar voor de onderzoekers waren de resultaten overduidelijk. Met name op de hersenscan die de activiteit van de mediale frontale cortex in de gaten hield. “Dit slagingspercentage is veel hoger dan wat we in studies met medicijnen of andere soorten psychologische therapie zien,” benadrukt onderzoeker Geoffrey Woodman bovendien.

Het onderzoek is niet alleen interessant voor mensen die moeite hebben met leren of aanpassen aan nieuwe situaties. Het kan ook implicaties hebben voor de behandeling van ADHD of schizofrenie: twee aandoeningen waarbij mensen meer moeite hebben om op hun eigen prestaties te reflecteren.