Politieagenten die op zoek zijn naar het stoffelijk overschot van een vermist persoon, maken gebruik van honden of radarapparatuur om verborgen graven te vinden. Er is nu echter een nieuw systeem ontwikkeld om begraven lijken snel en gemakkelijk te ontdekken. De ‘lijkenvinder’ is iets dikker dan een menselijke haar en probeert sporen van rottend vlees te ontdekken.

Het nieuwe systeem, ontwikkeld door het National Institute of Standards and Technology, bestaat uit een sonde die gemakkelijk in de grond te stoppen is. Eenmaal in de grond ‘ruikt’ de sonde of er een lijk in de buurt begraven is. De sonde kan zelfs lichamen onder een laagje asfalt ontdekken. De enige vereiste is dat de flinterdunne sonde in de grond te prikken is.

De sonde is op zoek naar ninhydrine-reactieve stikstof. Deze chemicalie verzamelt zich in groepen rondom een rottend lijk. De nieuwe sonde is volgens de onderzoekers de enige manier om de chemicalie in verdampte vorm te vinden.

De nieuwe techniek is in een laboratorium getest met dode ratten. Zelfs nadat de ratten vijf maanden onder de grond lagen, ontdekte de sonde sporen van ninhydrine-reactieve stikstof. Op dit moment is de techniek alleen bruikbaar in een laboratorium, maar scheikundigen Thomas J. Bruno en Tara M. Lovestead werken aan een draagbare variant.

Bruno en Lovestead beweren dat er veel vraag is naar deze techniek. Het is even afwachten wanneer het apparaat in Nederland geïntroduceerd wordt. Er zijn eerst meer testen nodig in de buitenlucht en met menselijke lijken.