Onduidelijk blijft hoe deze objecten precies zijn ontstaan.

De onderzoekers ontdekten de objecten in data die met behulp van het W.M. Keck Observatory op Hawaii gedurende een periode van twaalf jaar zijn verzameld. “Deze compacte, stoffige stellaire objecten bewegen extreem snel en vlak bij het supermassieve zwarte gat in onze Melkweg,” vertelt onderzoeker Anna Ciurlo. “Het is fascinerend om ze jaar na jaar te zien bewegen. Hoe zijn ze hier beland? En wat moet er van terecht komen? Ze hebben een interessant verhaal te vertellen.”

G1 en G2
Het is niet voor het eerst dat onderzoekers stoffige stellaire objecten – ook wel G-objecten genoemd – nabij het zwarte gat in het hart van onze Melkweg ontdekken. Zo werd er in 2004 al eentje ontdekt – deze kreeg de naam G1 – en in 2012 ontdekten de onderzoekers er nog één (G2). In eerste instantie leek het te gaan om stofwolken. Maar daar kwamen de onderzoekers op terug toen G1 en G2 het zwarte gat naderden en de ontmoeting met het zwarte gat – dat een enorme aantrekkingskracht heeft – wisten te overleven. “Als het gaswolken waren, zouden G1 en G2 niet intact zijn gebleven,” legt onderzoeker Mark Morris uit. “We denken dan ook dat G-objecten opgeblazen sterren zijn.” Die opgeblazen sterren zouden gigantisch zijn. En wanneer ze het zwarte gat naderen, kan het zwarte gat materie uit de atmosfeer van de ster, naar zich toetrekken. Maar op de kern van de ster zelf krijgt het zwarte gat geen grip; die kern is zo zwaar dat deze de ontmoeting met het zwarte gat kan navertellen.

“Het wordt met name interessant wanneer G3, G4 en G5 het punt in hun baan bereiken dat hen het dichtst bij het zwarte gat brengt”

Ontstaan
En nu zijn er na G1 en G2 drie nieuwe G-objecten nabij het zwarte gat in het hart van de Melkweg ontdekt. Deze hebben de namen G3, G4 en G5 gekregen. Ze hebben dezelfde eigenschappen als G1 en G2 en dus rijst opnieuw de vraag: hoe ontstaan deze G-objecten precies? Hoe kan een ster zo gigantisch groot worden dat deze de aantrekkingskracht van een zwart gat – in ieder geval tijdelijk – kan weerstaan? Onderzoekers weten het niet precies. Maar ze hebben er wel een theorie over. Aangenomen wordt dat ze het resultaat zijn van een fusie in een dubbelstersysteem. In zo’n systeem cirkelen twee sterren om elkaar heen. Maar als zo’n dubbelster te dicht bij een zwart gat in de buurt komt, kunnen de banen van de twee sterren verstoord raken, waardoor ze uiteindelijk op elkaar klappen en fuseren. “In de periode na de fusie zou het daaruit voortkomende object langdurig – misschien wel een miljoen jaar – ‘opgeblazen’ of opgezwollen zijn, waarna het tot bedaren komt en eruit ziet als een ster van normale omvang,” aldus Morris.

De onderzoekers blijven de G-objecten goed in de gaten houden. Het wordt met name interessant wanneer G3, G4 en G5 het punt in hun baan bereiken dat hen het dichtst bij het zwarte gat brengt. Zullen de G-objecten die ontmoeting net als G1 en G2 overleven? Of worden ze opgeslokt? Pas op dat moment zullen we de objecten met zekerheid kunnen karakteriseren. Maar we moeten nog even geduld hebben. “We moeten nog een paar decennia wachten tot dit gebeurt,” vertelt Morris. “Ongeveer 20 jaar voor G3 en nog enkele decennia langer voor G4 en G5.”