leeuw1

De Afrikaanse savanne wemelt van de smakelijke prooien. Waarom zijn er dan zo weinig leeuwen? Het antwoord op die vraag is verrassend.

Wetenschappers hebben ontdekt dat prooien minder nageslacht op de wereld zetten wanneer hun aantallen groot zijn. “Tot op heden werd aangenomen dat wanneer er veel prooien zijn, je ook zou verwachten dat er meer roofdieren zijn,” vertelt onderzoeker Ian Hatton. “Maar toen we naar de cijfers keken, ontdekten we dat in de meest bloeiende ecosystemen – het maakt niet uit waar deze zich in de wereld bevinden – de verhouding roofdier-prooi heel beperkt is. Dat komt doordat prooien in een drukbevolkt gebied per individu minder nageslacht krijgen. De geboortecijfers zijn dus beperkt en dat beperkt ook de overvloed aan roofdieren.”

Wist je dat…
…de wereld er zonder grote carnivoren heel anders uitziet?

Het is een opmerkelijke ontdekking. Nog nooit hebben onderzoekers een dergelijk patroon herkend. En toch duikt het wereldwijd op, zo ontdekten de onderzoekers. Ze bestudeerden ecosystemen in onder meer Afrika, in tropische regenwouden en in Arctische gebieden en stuitten elke keer op datzelfde patroon. Het aantal roofdieren neemt in een drukbevolkt gebied niet toe doordat er meer prooi beschikbaar is, maar het aantal roofdieren wordt beperkt door de snelheid waarmee hun prooien zich voortplanten. “We bleven ons verbazen,” vertelt onderzoeker Kevin McCann. “Het is een geweldig patroon.”

De onderzoekers ontdekten dat het betreffende groeipatroon in ecosystemen (als er veel prooien zijn, planten ze zich minder vaak voort) overeenkomsten vertoont met de groeipatronen die we in individuen zien. “Fysiologen weten al lang dat de groeisnelheid afneemt naarmate de grootte toeneemt,” vertelt onderzoeker Jonathan Davies. “De cellen in een olifant groeien meer dan honderd keer trager dan de cellen in een muis.”