De Rode Lijst telt anno 2016 85.604 soorten, waarvan er iets meer dan 24.307 met uitsterven bedreigd worden.

Vandaag presenteert de International Union for Conservation of Nature (IUCN) de nieuwe Rode Lijst. Op die lijst vinden we meer dan 700 nieuwe vogelsoorten. Daarnaast is de status van verschillende diersoorten die al een tijdje op de Rode Lijst staan, aangepast.

Giraf
Eén van de diersoorten met een nieuwe status is de giraf (Giraffa camelopardalis). Het dier staat vanaf nu te boek als ‘bedreigd’. Het is het resultaat van een dramatische achteruitgang: in 1985 waren in Afrika nog zo’n 160.000 giraffen te vinden. In 2015 werden er nog maar 97.562 giraffen op het continent aangetroffen. Een daling van zo’n veertig procent. Dat de giraf het moeilijk heeft, heeft verschillende oorzaken: van toenemende conflicten in de regio tot illegale jacht en verlies van leefgebied.

De grijze roodstaartpapegaai.

De grijze roodstaartpapegaai.

Vogels
Voor het samenstellen van deze nieuwe Rode Lijst evalueerden onderzoekers tevens de status van alle 11.121 vogelsoorten. In totaal werden 742 nieuwe vogelsoorten aan de lijst toegevoegd. Het zijn voornamelijk vogels die eerder als subsoorten werden gezien, maar nu als individuele soort worden gekenmerkt. Zo’n elf procent daarvan kreeg direct het stempel ‘bedreigd’ opgedrukt. “Vogels zijn een goed bestudeerde groep en daarmee een uitstekende graadmeter voor de kwaliteit van leefgebieden op aarde,” stelt Lars Soerink, namens Vogelbescherming Nederland. “Dat er zoveel nieuwe soorten met uitsterven bedreigd worden, is een zeer zorgelijke ontwikkeling. Het toont de kwetsbaarheid van populaties wilde vogels.” Eén van de vele vogelsoorten die in het wild dreigen uit te sterven, is de zeer populaire grijze roodstaartpapegaai (een geliefd huisdier, omdat hij de stem van een mens goed na kan bootsen). In sommige delen van Afrika is de omvang van de populatie met maar liefst 99 procent afgenomen.

Zorgen zijn er ook om wilde varianten van voedselgewassen. Het is voor het eerst dat IUCN-deskundigen zich over deze organismen bogen. Ze bestudeerden 233 wilde varianten van voedselgewassen. Het behoud van deze gewassen is heel belangrijk, legt Henk Simons namens IUCN uit. “Wilde varianten bieden genetisch materiaal dat mogelijk gunstige eigenschappen bezit. Ze kunnen bijvoorbeeld beter gedijen in droge omgevingen of zijn beter bestand tegen ziektes. Gezien het veranderende klimaat en het toenemend aantal monden dat wereldwijd gevoed moet worden, is het cruciaal dat deze wilde varianten niet verloren gaan.” Voorbeelden van wilde voedselgewassen die met uitsterven bedreigd worden, zijn de wilde asperge en zonnebloem. De Kalimantan-mango – familie van de mango die je in de supermarkt vindt – is al in het wild uitgestorven.