embryo

Wetenschappers hebben zuurstofreservoirs ontdekt in de placenta die embryo’s kort nadat hun hartje ontwikkeld is, van zuurstof voorzien.

Het hartje van de embryo ontwikkelt zich al vroeg in de zwangerschap: zo rond de zesde week (geteld vanaf de laatste menstruatie). Maar pas aan het eind van de derde maand gaat het bloed van de moeder (met daarin zuurstof) via de placenta naar de embryo. Hoe komt de embryo in de tussentijd dan aan zuurstof? Lang werd gedacht dat de dooierzak de embryo in de tussenliggende periode van zuurstof voorzag. Maar recent onderzoek trekt dat in twijfel.

Een nieuw onderzoek toont nu aan dat niet de dooierzak, maar de placenta de jonge embryo kort nadat het hartje ontwikkeld is, van zuurstof voorziet. Wanneer de placenta in de eerste weken van de zwangerschap groeit, vormen zich kleine groepen stamcellen waaruit primitieve rode bloedcellen voortkomen. Deze cellen zijn in staat om zuurstof te verzamelen en op te slaan. Bloedvaten groeien geleidelijk aan naar deze celgroepen toe en zorgen ervoor dat de met zuurstof volgeladen rode bloedcellen langzaam maar zeker bij de embryo arriveren.

“Jonge embryo’s zijn voor de levering van zuurstof volledig afhankelijk van de moeder en het identificeren van de wijze waarop zuurstof wordt opgenomen en verspreid is belangrijk voor het begrijpen van deze eerste stadia van het leven,” legt onderzoeker John Aplin uit. “De menselijke placenta heeft een unieke en elegante oplossing bedacht voor dit probleem waarbij het proces van zuurstof leveren nauw verbonden is met de groei van de placenta zelf.”