Onderzoekers hebben in Death Valley National Park een nieuwe soort schorpioen ontdekt. Het beestje is slechts 16 millimeter lang.

De onderzoekers hadden het diertje dan ook bijna over het hoofd gezien, zo is in het blad ZooKeys te lezen. Hoewel de wetenschappers maar één exemplaar hebben aangetroffen, kunnen ze met zekerheid stellen dat het om een nieuwe soort gaat. Ze hebben het beestje Wernerius inyoensis gedoopt.

Wernerius
De schorpioen maakt deel uit van het geslacht Wernerius. Dit geslacht telt nog twee andere soorten schorpioenen die op zo’n 400 kilometer afstand van Death Valley leven. Deze eerder ontdekte schorpioenen worden zelden in het wild aangetroffen en dus dachten de onderzoekers dat ze slechts beperkt voorkwamen. Maar nu hebben onderzoekers 400 kilometer verderop ook een schorpioen uit dit geslacht teruggevonden. Blijkbaar is hun leefgebied dus zeer uitgestrekt. Hoe kan het dan dat de schorpioenen zo weinig worden waargenomen? De onderzoekers suggereren dat het best mogelijk is dat de schorpioenen ondergronds leven en het grootste deel van hun leven onder hopen stenen of in spleten in rotsen doorbrengen.

WIST U DAT…

…schorpioenen ons kunnen helpen in de strijd tegen erosie?

Onder puin
Het feit dat de nieuwe schorpioen onder aan een helling werd aangetroffen onderschrijft die hypothese. Als de schorpioenen ondergronds leven, dan brengen ze hun tijd hoogstwaarschijnlijk onder hopen puin of in de spleten van rotsen door. Dat kan makkelijk: alle soorten uit het Wernerius-geslacht zijn vrij klein.

Net als alle andere schorpioenen uit het geslacht Wernerius heeft de schorpioen boven zijn ‘staart’ een kleine uitstulping. Nog altijd is onbekend waar deze voor dient.