Wetenschappers hebben met de Spitzer ruimtetelescoop meer dan 2.000 nieuwe, jonge sterren gevonden in de Noord-Amerika-nevel. Aangezien Spitzer het heelal observeert in infrarood licht kijkt de telescoop door donkere stofwolken heen, waardoor wetenschappers meer te weten komen over de bewoners van stervormingsgebieden en nevels.

“Wat ik zo bijzonder vind is hoe anders de foto er in infrarood licht uitziet in vergelijking met visuele foto’s”, zegt Luisa Rebull van NASA’s Spitzer Science Center. “De foto van Spiter geeft veel details over het stof en de jonge sterren in de nevel.”

De Noord-Amerika-nevel (NGC 7000) bevindt zich op een afstand van 1.600 lichtjaar van de aarde in het sterrenbeeld Zwaan en heeft een doorsnee van circa 45 lichtjaar. De grote ster Deneb is verantwoordelijk voor het oplichten van de nevel, al dragen een paar andere sterren hier ook aan bij.

“De Noord-Amerika-nevel is een druk gebied om te fotograferen, omdat er overal sterren te zien zijn”, legt Rebull uit. “De sterren die niet tot de nevel behoren zien wij als ‘vervuiling’ van de foto. Gelukkig is Spitzer goed in staat om vervuiling eruit te filteren, waardoor alleen de jonge sterren in de nevel overblijven.”

Hieronder ziet u hoe de nevel verschilt in visueel en infrarood licht. Grotere foto’s zien? Ga dan naar de website van NASA.