Nederland profiteert flink van de bouw van de nieuwe windmolens. Volgens de Nederlandse WindEnergie Associatie zijn er in 2016 229 nieuwe windmolens geplaatst, die jaarlijks genoeg schone energie opleveren om een stad met 450.000 inwoners van energie te voorzien.

De 229 nieuwe windmolens hebben samen een vermogen van 822 megawatt. Wanneer oudere windmolens op zee en op land worden meegeteld, dan is het totaal vermogen momenteel 4.247 megawatt. Het nationale doel voor het jaar 2020 is 6.000 megawatt windenergie op het land, dus er moet nog even verder gebouwd worden.

Volgens het NWEA is het huidige tempo te laag om de doelstelling van 2020 te halen. Op land werd er dit jaar voor 222 megawatt aan nieuwe windmolens neergezet. In 2015 was dit nog 406 megawatt. De meeste nieuwe windenergie is dus energie van windmolens op zee. Dit is vooral te danken aan de oplevering van het Gemini Windpark ten noorden van Friesland. Dit windpark heeft een vermogen van 600 megawatt.

Toch zijn er genoeg redenen om optimistisch te zijn over windenergie. Zo gaan Shell, Eneco, Van Oord en Mitsubishi honderd windmolens bouwen en exploiteren ter hoogte van de Zeeuwse kust. Dit nieuwe windmolenpark is goed voor de energiebehoefte van een miljoen huishoudens. De regering dacht dat er vijf miljard euro nodig zou zijn voor de bouw, maar het hoofdzakelijk Nederlands consortium schreef veel lager in. Dit is te danken aan de zeer lage rente, de hevige concurrentie tussen energiebedrijven en de lage staalprijzen.