Dat kinderen in staat zijn te leren met een adembenemende snelheid, is al langer bekend. Maar hoe ze ´m dat lappen: daar zijn onderzoekers nu achter gekomen.

Met behulp van een kunstmatige intelligentietool en een eye-tracker die de bewegingen volgt van het baby-oog, onderzochten wetenschappers van het Donders onderzoeksinstituut voor Brein, Cognitie en Gedrag één van de grootste mysteries van kinderen en kwamen tot een verrassende conclusie. Heel kort door de bocht: de mensenbaby besluit alleen dié informatie tot zich te nemen, die weer kan leiden tot het verkrijgen van andere informatie.

Selectieve van nuttige informatie
Het kan dus misschien heel anders lijken, maar baby’s liggen beslist niet wat willekeurig om zich heen te koekeloeren. “Baby’s verkennen de wereld niet toevallig, met waar hun oogjes maar op vallen. Baby’s hanteren een strategie als ze de wereld willen begrijpen. Ze zoeken eerst die stukjes informatie die hen in staat stellen andere informatie sneller en efficiënter te begrijpen. Andersom geldt het ook, als zij een object of gebeurtenis zien, waarvan ze niets verder kunnen leren, verwerpen ze het simpelweg. Alleen de voor hen nuttige informatie, selecteren zij,”, aldus dr. Francesco Poli.


Dat klinkt, zelfs voor een baby, makkelijker gezegd dan gedaan. Want hoe weet een baby wat belangrijk voor hem is en waarvan hij kan leren? Ook dat is onderzocht door Poli, want wat een kind in welke volgorde leert, is niet voor alle kinderen hetzelfde. “Wel zijn er basisbelangen zoals kruipen en bewegen, daar zijn alle baby’s gek op. Wel zien we snel daarna voorkeuren ontwikkelen, maar dat heeft eerder te maken met de culturele verschillen tussen baby’s. Vooralsnog weten we dat alle baby’s strategisch leren. Of het nu gaat om nieuw speelgoed of nieuwe gezichten: ze filteren wat ze nodig gaan hebben.”

Liever echt persoon dan sprekende pop
Er zijn drie manieren om vast te stellen wat belangrijk is om te leren, stelt de onderzoeker. “We hebben aangeboren voorkeuren. Bijvoorbeeld, pasgeborenen kijken veel liever naar gezichten dan naar welke andere zaken ook. Dit werkt op een instinctief niveau. Een tweede manier is imitatie. Baby’s zijn omringd door een sociale omgeving en zij begrijpen wat belangrijk is voor hen als baby door te kijken naar wat belangrijk is voor de mensen om hen heen. En dan heb je nog de derde manier en dat is wat we hebben aangetoond in dit onderzoek: dat kinderen datgene belangrijk vinden, waarvan ze meer kunnen leren. Bijvoorbeeld: luisteren naar een levend pratend persoon, daar leren ze nieuwe woorden en intonatie van. Maar luisteren naar een speelgoedje dat keer op keer dezelfde woorden herhaalt, daar worden ze niet wijzer van. Hun aanleg om maximaal te willen leren, zal dus de voorkeur geven om te luisteren naar het gesprek van een levend, echt persoon.”

“Baby’s bouwen hun kennis op. Ze zijn net kleine wetenschappertjes die zonder enige basiskennis beginnen met 1 blokje en beetje bij beetje een idee krijgen van hoe de wereld werkt”

Leren praten door monden te bestuderen
“Laten we een ander goed voorbeeld nemen: zelf leren praten. Wat we steevast zien is dat baby’s die hun eerste woordje gaan zeggen, een paar weken daarvoor al gaan onderzoeken hoe ze hun mond moeten gebruiken om te praten. In plaats van naar de ogen in gezichten te kijken, bestuderen ze weken aandachtig de monden van de mensen die tegen hun praten. Ze zijn dus in een constante staat van maximaal leervermogen!”


Kleine wetenschappertjes
Tot zijn verbazing kwam Poli erachter dat baby’s niet onvergelijkbaar zijn met wetenschappers die hun kennis als bouwstenen gebruiken voor het volgende stukje kennis. “Baby’s bouwen hun kennis op. Ze zijn net kleine wetenschappertjes die zonder enige basiskennis beginnen met 1 blokje en beetje bij beetje een idee krijgen van hoe de wereld werkt. Belangrijk daarbij is dat zij, net als wetenschappers, hun idee graag uitgedaagd zien. Ze leren bijvoorbeeld heel snel dat objecten naar beneden vallen en niet zomaar verdwijnen. En dit is waarom ze zeepbellen zo geweldig vinden: die zweven wél omhoog om vervolgens te verdwijnen! Dit kan kinderen mateloos fascineren, want het daagt het idee uit wat ze zojuist zorgvuldig geleerd hebben over losse objecten. Sterker nog: we zijn er achter gekomen dat jonge kinderen veel doen om juist hun idee van wat ze geleerd hebben, te toetsen. Ze zijn altijd op zoek naar een uitdaging, want daar leren ze het meest van. In die zin, zijn kinderen dus zeer anders dan volwassenen. Wij zijn juist druk bezig met het zoeken naar bevestiging van ons idee en verwerpen de uitdaging. Daar leren we dus niet zoveel van.”

Hulp met leerproblemen
Het onderzoek kan volgens de psycholoog helpen onderwijs opnieuw in te richten en kinderen te helpen met leren. “We hebben altijd geweten dat kinderen verbazingwekkende learners zijn en nu we weten dat ze strategisch te werk gaan in hun leerprocessen biedt dan mogelijkheden om hen zo te onderwijzen dat dit aansluit bij hun natuurlijk vermogen. Bovendien, veel kinderen worstelen met leerproblemen en door in te grijpen op een zo jong mogelijke leeftijd kunnen we het kind beschermen tegen de negatieve gevolgen hiervan.“

Als we weten dat volwassen bevestiging zoeken en jonge kinderen juist de uitdaging in hun wereldbeeld, tot welke leeftijd blijven mensenkinderen dan wél strategisch leren? Of nemen we deze vaardigheden ook als volwassenen mee? Poli is het nog aan het onderzoeken. “We weten nog niet of er een tijd komt in een mensenleven dat we deze strategische vaardigheid verliezen en zo ja, wanneer dan? Het zou zomaar kunnen dat we de strategie in ieder geval wel degelijk voor een deel tenminste, mee nemen en voor de rest van ons gehele leven gebruiken!” Het devies is daarmee in ieder geval te zorgen voor voldoende uitdaging voor kinderen en met een beetje mazzel: ook voor de jeugdigen van hart onder ons.