nobelprijs

Kandidaten voor de Nobelprijs moeten steeds langer wachten alvorens ze hun prijs in ontvangst mogen nemen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek. Vaak moeten kandidaten meer dan twintig jaar op hun prijs wachten. En dat is een probleem.

Voor 1940 was de kans dat een fysicus zijn Nobelprijs meer dan twintig jaar na de ontdekking die hem de Nobelprijs opleverde, in ontvangst nam ongeveer elf procent. Voor scheikundigen lag dat percentage op 15 procent. Voor geneeskunde 24 procent.

Maar tegen 1985 was dat wel anders. De kans dat een fysicus, scheikundige en arts meer dan twintig jaar na zijn ontdekking zag verstrijken alvorens die ontdekking met een Nobelprijs beloond werd, was respectievelijk 60, 52 en 45 procent. En nog steeds groeit de gemiddelde wachttijd exponentieel, zo schrijven onderzoekers in het blad Nature.

De langere wachttijden hebben een logisch gevolg. Nobelprijswinnaars nemen hun Nobelprijs op steeds latere leeftijd in ontvangst. En daar zit nu precies het probleem. “Tegen het eind van deze eeuw kan de voorspelde gemiddelde leeftijd waarop Nobelprijswinnaars hun prijs ontvangen hun levensduur overstijgen,” legt onderzoeker Santo Fortunato uit. “Aangezien de Nobelprijs niet postuum kan worden uitgereikt, bedreigt deze wachttijd het meest eerbiedwaardige instituut van de wetenschap.”