Uit onderzoek blijkt dat in Japan en Australië naar schatting zo’n 33.000 bekende diersoorten zitten. Dat is veel, maar het grootste deel moet nog ontdekt worden, zo concluderen de wetenschappers. Er zouden met name in het water nog zo’n 220.000 nieuwe soorten op ons wachten.

De onderzoekers baseren hun conclusies op een tien jaar durend wetenschappelijk onderzoek genaamd ‘What Lives in the Sea’. Volgens de wetenschappers zijn in Australië zo’n 33.000 diersoorten geregistreerd. Het gaat dan met name om vissen, zeevogels en zeedieren. In Japan zijn zo’n 155.000 soorten waargenomen, maar slechts 33.000 daarvan zijn officieel geregistreerd.

Haast
Er is dus werk aan de winkel. En daar is haast bij. Zeker als het gaat om de wateren nabij Australië en de zuidpool. Naar schatting leeft zo’n 90 procent van alle soorten een kilometer onder het wateroppervlak en slechts elf procent van dat gebied is in kaart gebracht. Tegelijkertijd takelt dit gebied door de klimaatverandering razendsnel af. De kans bestaat dat diersoorten nog voordat deze ontdekt zijn, al verdwijnen.

Veelzijdig
Dat juist Australië en Japan zo prominent in dit onderzoek naar voren komen, is niet verwonderlijk. De wateren rondom de twee landen zijn omvangrijk en veelzijdig. Zo bevindt zich in de Japanse wateren naar schatting 30 procent van al het leven op aarde. En de wateren rondom Australië lopen uiteen van tropisch tot ijskoud.

Volgens de wetenschappers is met name Australië een goed voorbeeld van hoe een land met de kwetsbare natuur en nog te ontdekken soorten om moet gaan. Maar daar ligt ook een taak voor de rest van de wereld, zo benadrukken de wetenschappers. De oceanen verbinden immers zoveel landen met elkaar dat deze landen zich samen voor de bescherming ervan moeten inzetten.