(c) Fenland Archaeological Trust; Supplied by The Public Catalogue Foundation

Net voor de Bronstijd (5000 jaar geleden) leerden Europeanen en Aziaten juwelen, metalen gereedschap en bijlen te maken. Maar van wie leerden zij dit? Nieuw onderzoek wijst uit dat nomaden uit het huidige Rusland en Oekraïne een grote invloed hadden.

Twee teams hebben het DNA geanalyseerd van de botten van 170 individuen, die gevonden zijn op verschillende archeologische vindplaatsen in Europa en Azië. Deze mensen leefden 5.000 tot 3.000 jaar geleden. Beide teams hebben overtuigend bewijs gevonden dat de jamnacultuur zich op dat moment begon te mengen met de Europeanen en Aziaten.

Wetenschappers vermoeden dat de nomaden van de jamnacultuur het Proto-Indo-Europees beïnvloedden. Dit is de voorouder van alle Indo-Europese talen, waaronder het Duits, Nederlands en Engels. De nomaden sliepen namelijk met lokale boeren, waardoor de touwbekercultuur ontstond. Wist je dat veel Europeanen tegenwoordig nog steeds DNA van de nomaden van de jamnacultuur bezitten?

Opvallend is dat de jamnacultuur niet alleen naar het westen verspreidde. “De nomaden staken ook het Oeralgebergte over”, zegt evolutionair bioloog Eske Willerslev van de universiteit van Kopenhagen. “Op die manier bereikten ze nieuwe gebieden, zoals het huidige Mongolië, China en Siberië.”

De nomaden brachten meer dan alleen taal, gereedschap en ideeën. Uit het onderzoek blijkt dat de nomaden van de jamnacultuur een blanke huid en bruine ogen hadden. Overigens waren zij niet alleen: de jager-verzamelaars in het noorden hadden ook al een witte huid.