De temperatuur van de Noord-Alantische Oceaan jo’jode de laatste zestig jaar op en neer. Dit concludeert promovenda Femke de Jong, die zestig jaar aan data analyseerde. Tussen 1950 en 1970 warmde het water op, gevolgd door een afkoeling van circa één graden Celsius tot midden jaren negentig. De laatste vijftien jaar warmt de Noord-Atlantische Oceaan weer op.

Dit betekent dat de Noord-Atlantische Oceaan niet continu opwarmt. De daling van 1970 tot 1995 en de stijging daarna worden veroorzaakt door variaties in het weer boven de Noord-Atlantische Oceaan. Tijdens de jaren tachtig en negentig was er een versterkte warmteoverdracht van de oceaan naar de atmosfeer, waardoor de oceaan kon afkoelen.

In de meeste gebieden in de oceaan blijft de afkoeling door de atmosfeer beperkt tot een relatief dunne oppervlaktelaag van ongeveer 100 m. Er zijn echter plaatsen waar de afkoeling in de winter zo sterk is, dat het oppervlaktewater zwaarder wordt dan de diepere laag, waardoor het zinkt en mengt met het diepere water. Dit verschijnsel van diepe convectie werd in de tussen Groenland en Canada gelegen Labradorzee al vaker gemeten. Hier koelde het water begin jaren ‘90 zo sterk af dat de waterkolom tot op ruim twee kilometer diepte doorgemengd werd.

“Ook bij kleinere dipjes in de temperatuur in onze tijdserie in de Irmingerzee zien we een duidelijk verband van het zoutgehalte en de watertemperatuur met eerdere diepe menging in de Labradorzee”, zegt De Jong. “Dit komt doordat het daar gevormde diepe water vervolgens doorstroomt naar de oostelijkere diepe bekkens, de Irmingerzee en het IJslandbekken.” Diepe convectie in de Noord-Atlantische Oceaan komt niet alleen voor in de Labradorzee, maar ook in de Irmingerzee.

Aangezien de warmtecapaciteit van de oceaan direct samenhangt met de temperatuuropbouw van de gehele waterkolom, zijn de gemeten processen van groot belang voor de klimaatontwikkeling in het gebied. De huidige klimaatmodellen zijn nog niet in staat om deze goed te simuleren. Het is daarom zaak om deze processen beter in toekomstige klimaatmodellen en -beschouwingen mee te nemen.