Afgelopen week bereikte het zee-ijs op de noordpool het jaarlijkse maximum. Het oppervlak bedroeg toen 14,48 miljoen vierkante kilometer.

Elk jaar varieert de hoeveelheid zee-ijs die op de op de Noordelijke IJszee rust. Tijdens de lente en zomer smelt een deel van het zee-ijs, om tijdens de herfst en winter weer te bevriezen. Het resulteert in een jaarlijks zee-ijsminimum en een jaarlijks zee-ijsmaximum. De minimale hoeveelheid zee-ijs wordt tegen het einde van de zomer (september) gemeten, terwijl de maximale hoeveelheid zee-ijs tegen het einde van de winter (maart) wordt gemeten.

Geen nieuw record
14,48 miljoen vierkante kilometer is niet veel, maar het is wel iets meer dan in 2017. Op 7 maart 2017 was het maximum namelijk 14,42 miljoen vierkante kilometer. De jaren daarvoor was het maximum iets meer dan 14,5 miljoen vierkante kilometer. Dat stelt niets voor in vergelijking met het langdurig gemiddelde. Zo was het gemiddelde zee-ijsmaximum in de periode 1981-2010 15,64 miljoen vierkante kilometer. Er mist dus ruim een miljoen vierkante kilometer ijs.

Opwarming van de aarde
Wetenschappers zijn het erover eens dat lage zee-ijsmaxima te wijten zijn aan de opwarming van de aarde. “Hoewel de maximale omvang van het zee-ijs van jaar tot jaar kan verschillen door het winterweer, zien we een significante trend (afname van de hoeveelheid zee-ijs, red.) en die houdt verband met de opwarming van de atmosfeer en de oceanen,” aldus onderzoeker Walt Meier, verbonden aan NASA’s Goddard Space Flight Center, en deskundige op het gebied van zee-ijs.

Nauwelijks te stoppen?
De kans is groot dat we in de toekomst steeds kleinere zee-ijsmaxima gaan zien. “Door de opwarming vormt er minder ijs en smelt er meer ijs”, waarschuwt klimaatwetenschapper Claire Parkinson van NASA’s Goddard Space Flight Center. “Hierdoor wordt er minder zonnestraling gereflecteerd en warmt de aarde nog sneller op.”