Dat concluderen onderzoekers nadat ze 90 miljoen jaar oude resten van een op de Noordpool levende vogel hebben ontdekt.

De onderzoekers ontdekten de resten van de vogel op het Axel Heibergeiland in de Noordelijke IJszee. “De vogel zou een kruising zijn geweest tussen een grote zeemeeuw en een duikende vogel, zoals een aalscholver, maar had waarschijnlijk tanden,” vertelt onderzoeker John Tarduno. De onderzoekers hebben de vogel de naam Tingmiatornis arctica gegeven. De vogel leefde tijdens het Turonien, een tijdvak aan het eind van het Krijt dat ongeveer 93,9 miljoen jaar geleden begon en zo’n 89,8 miljoen jaar geleden tot een einde kwam.

Warm
Het is een belangrijke ontdekking, zo vertelt Tarduno, omdat de vogel meer kan vertellen over het klimaat dat het Noordpoolgebied zo’n 90 miljoen jaar geleden had. “Voor we dit fossiel ontdekten, suggereerden mensen dat het warm was, maar dat er ‘s winters nog steeds ijs te vinden was. Wij suggereren dat zelfs dat niet het geval was en dat dit één van de hyper-warme intervallen was, omdat de voedselbronnen van de vogel en dus het hele deel van zijn ecosysteem niet zouden kunnen overleven in de aanwezigheid van ijs.”

Een artistieke impressie van de vogel die onderzoekers hebben ontdekt. Afbeelding: University of Rochester / Michael Osadciw.

Vulkaanuitbarsting
Het zou betekenen dat de vogel dus leefde in een periode van heftige opwarming. Waarschijnlijk werd die opwarming veroorzaakt door vulkaanuitbarstingen, zo stellen de onderzoekers. Ze wijzen erop dat ze de fossiele resten van T. arctica aantroffen boven lavavelden die het resultaat zijn van een serie vulkaanuitbarstingen. Tijdens die uitbarstingen pompten vulkanen waarschijnlijk grote hoeveelheden CO2 in de lucht, waardoor een broeikaseffect ontstond en een periode van extreme warmte op de pool aanbrak. Het leidde tot het ontstaan van een ecosysteem waarin grote vogels zoals T. arctica prima gedijden.

Zo moet het leefgebied van de vogel er 90 miljoen jaar geleden hebben uitgezien. Afbeelding: University of Rochester / Michael Osadciw.

Eerdere fossiele vondsten in het gebied schetsen een goed beeld van de omgeving waarin T. arctica leefde. Naast vulkanen waren er met zoet water gevulde baaien met daarin vleesetende vissen die tot wel zestig centimeter lang konden worden. Het kan verklaren waarom T. arctica uitgerust was met tanden: die had de vogel hard nodig om op dit soort vissen te kunnen jagen. Ook zouden in het water schildpadden en krokodilachtige reptielen hebben geleefd. “De vogel was daar, omdat alles klopte,” benadrukt Tarduno. “Er was voedsel, zoet water en het klimaat was warm.”