noordzee

Zo’n 56 miljoen jaar geleden nam de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer flink toe, verzuurden de oceanen en veranderde het klimaat in Noord-Europa sterk. Ook werd het water van de Noordzee warmer en bijna zuurstofloos. Dat heeft een Nederlandse onderzoeker ontdekt.

Wist u dat onze eigen Noordzee ooit een temperatuur had van 30 graden? Dat is wel iets anders dan het huidige gemiddelde van 11 graden. Petra Schoon, onderzoekster bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor onderzoek der Zee (NIOZ), ontdekte dat een stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer in het verleden heeft geleid tot verzuring van de oceanen en mondiale klimaatverandering. Het klimaat van Noord-Europa veranderde hierdoor drastisch, warmde op met zo’n 5-8 graden en werd uiteindelijk subtropisch.

Verandering
Ook nu is de toename van CO2 in de atmosfeer verantwoordelijk voor een verandering van de chemische samenstelling van het zeewater. Sinds het eind van de negentiende eeuw is de helft van de uitgestoten CO2 opgenomen door de oceanen. Door deze opname verzuren de oceanen in hoog tempo. Een groot probleem dus. De wetenschap weet nog niet wat de precieze gevolgen zijn voor het milieu. Om hierachter te komen, zal worden gekeken naar wat in het geologische verleden is gebeurd tijdens een vergelijkbare snelle stijging van CO2.

Methaan
Schoon heeft onderzoek gedaan naar diverse perioden, vergelijkbaar met onze huidige periode, zoals het Paleoceen-Eoceen Thermale Maximum (PETM), ongeveer 56 miljoen jaar geleden. Ook in die tijd trad sterke verzuring van de oceanen op, waarschijnlijk door het vrijkomen van methaan. Aan het oplossen van kalk uit de oceaanbodem is af te leiden dat een sterke verzuring van de oceanen plaatsvond. Schoon probeerde meer zicht te krijgen in de effecten op het milieu in Noord-Europa en onderzocht diverse sedimenten uit Denemarken, die tijdens het Paleoceen zijn afgezet op de bodem van de Noordzee.
Tijdens het onderzoek ontdekte Schoon dat de Noordzee waarschijnlijk vrijwel zuurstofloos was. Zij kwam tot deze conclusie door de aanwezigheid van isorenieataan, een molecuul dat door bacteriën wordt gevormd die wel licht nodig hebben, maar niet tegen zuurstof kunnen. Vóór de opwarming van de aarde was er genoeg zuurstof in het water van de Noordzee, maar tijdens het opwarmen verdween het meeste zuurstof. Als het water warmer is, kan dit minder zuurstof opnemen. Door het gebruik van bepaalde fossiele moleculen kon Schoon de watertemperatuur van de Noordzee herleiden.

Tijdens het Paleoceen-Eoceen steeg de temperatuur van 24 graden naar 30 graden. Op het land vond in die tijd ook een temperatuurstijging plaats van ongeveer 7 graden. Daarnaast heeft Schoon kunnen aantonen dat de atmosferische CO2-concentraties tijdens deze periode 2 tot 3 maal hoger waren dan tegenwoordig.