Stel, een toekomstige Marsrover vindt microfossielen op de rode planeet. Hoe weten we dan dat het gaat om buitenaards leven? Onderzoekers beweren dat de rover moet zoeken naar sporen van vanadium.

Als er ooit leven was op Mars, dan moeten er microfossielen te vinden zijn. Het is lastig om microfossielen te vinden op Mars. “Het is alsof je een biefstuk veel te lang in een hogedrukpan stopt”, zegt onderzoeker Craig Marshall van de universiteit van Kansas. “Door de hitte en de druk worden biologische verbindingen vernietigd. Wat overblijft is koolstof.”

Vier scans van een acritarchide. Dit is een organisch microfossiel.

Koolstof kan gevonden worden met Ramanspectroscopie. Toch is dit niet genoeg. “Het kan zijn dat we met Ramanspectroscopie iets zien wat lijkt op leven, maar wat het niet is”, zegt Marshall. Zo kunnen er fossielachtige structuren met sporen van koolstof ontstaan rondom hydrothermale bronnen. “Het is lastig om dit verschil te zien.”


Toch denkt Marshall dat hier een oplossing voor is: vanadium. Vanadium is een overgangsmetaal en wordt gevonden in ruwe olie, asfalt en schalie. Deze materialen hebben allemaal een biologische oorsprong. Marshall: “Chlorofyllen bevatten magnesium. Eenmaal onder de grond vervangt vanadium het magnesium. Het koolstofhoudende materiaal en de chlorofyllen zitten aan elkaar vast en blijven voor altijd bewaard.”

Marshall en zijn collega’s hebben experimenten uitgevoerd met microfossielen op aarde en die zijn geslaagd. Wanneer er sprake is van echt leven, wordt ook vanadium aangetroffen.

“Hopelijk leest iemand van NASA dit paper”, zegt Marshall. Hij hoopt dat de techniek de nodige aandacht krijgt, zodat er wellicht iets mee gedaan kan worden voor de Mars 2020-missie. “De hoofdonderzoeker van de röntgenspectrometer van de Mars 2020-missie was een van mijn eerste studenten. Ik denk dat ik haar een e-mail ga sturen.”