denken

Een nieuw internationaal onderzoek toont aan dat maar liefst 94 procent van de mensen wel eens ongewenste en opdringerige gedachten heeft of impulsen ervaart. Het suggereert dat niet die gedachten en impulsen de oorzaak zijn van de obsessieve-compulsieve stoornis, maar dat de manier waarop we met die gedachten en impulsen omgaan bepaalt of we die stoornis ontwikkelen of niet.

Herhaaldelijk checken of de deur wel op slot is. Elke keer even kijken of uw handen wel schoon is. Uzelf inbeelden dat uw huis in brand staat. Het zijn stuk voor stuk voorbeelden van ongewenste, opdringerige gedachten, impulsen en beelden die van oorsprong geassocieerd worden met de obessieve-compulsieve stoornis. Maar nieuw onderzoek suggereert nu dat niet alleen mensen met zo’n stoornis er hinder van ondervinden. Maar liefst 94 procent van de mensen ervaart de ongewenste gedachten, impulsen en beelden soms.

Onderzoekers van zestien universiteiten wereldwijd trekken die conclusie nadat ze 777 studenten in dertien landen op zes continenten ondervroegen. De proefpersonen kregen de vraag of ze in de drie maanden ervoor minstens één keer een ongewenste, opdringerige gedachte hadden gehad. De onderzoekers hielpen de proefpersonen daarbij onderscheid te maken tussen werkelijk obsessieve-compulsieve gedachten (“heb ik de deur wel op slot gedaan?”) en doodgewone zorgen. Ook kregen de proefpersonen vragen over ongewenste beelden die door hun hoofd waren geschoten (een mentale voorstelling van het eigen huis dat in brand staat, bijvoorbeeld) of ongewenste impulsen of aandrang (het verlangen om iemand pijn te doen, bijvoorbeeld).

“Het onderzoek toont aan dat de ongewenste, opdringerige gedachte niet het probleem is, wat je van die gedachte maakt, is het probleem,” vertelt onderzoeker Adam Radomsky, verbonden aan Concordia University. “Bevestigen dat deze gedachten extreem vaak voorkomen, helpt ons om patiënten die denken dat ze heel anders zijn dan alle anderen, gerust te stellen. De meeste mensen die zich inbeelden dat ze van een balkon of metroplatform springen, vertellen zichzelf dat dat een vreemde gedachte is, terwijl een persoon met een obsessieve-compulsieve stoornis zich zorgen maakt dat hij suïcidaal is. Patiënten met een obsessieve-compulsieve stoornis ervaren deze gedachten vaker en maken zich er meer zorgen over, maar de gedachten zelf lijken niet te onderscheiden te zijn van de gedachten in de algemene bevolking.”