vis

In de tijd van de dinosaurussen zwommen in de oceanen plankton etende vissen van wel zestien meter lang rond. Dat hebben wetenschappers van de universiteit van Bristol ontdekt. Daarmee waren de plankton etende vissen net iets langer dan de grootste vis die vandaag de dag nog in de oceanen rondzwemt: de walvishaai.

Dat zo’n 165 miljoen jaar geleden gigantische plankton etende vissen in de oceanen rondzwommen, wisten wetenschappers al een tijdje. De vissen stierven tegelijkertijd met de dinosaurussen uit en maakten plaats voor plankton etende haaien en walvissen. Onduidelijk was echter hoe lang die plankton etende vissen uit de tijd van de dino’s nu precies konden worden. Wetenschappers zochten het uit.

De skeletten van de gigantische vissen – Leedsichthys – zijn slecht bewaard gebleven. Vaak zijn er slechts fragmenten van teruggevonden. Daardoor is het lastig om de exacte lengte van de vissen te achterhalen. Toch denken onderzoekers van de universiteit van Bristol nu te weten hoe lang de vissen waren, zo schrijven ze in dit paper. “We keken naar heel veel exemplaren en bestudeerden niet alleen de botten,” vertelt onderzoeker Jeff Liston. De onderzoekers keken ook naar hoe oud de vissen waren en legden die informatie naast hun lengte. Zo ontdekten ze dat een vis binnen twintig jaar acht tot negen meter lang kon worden. Na 38 jaar kon de vis echter zo’n 16,5 meter lang zijn.

Dat zulke grote vissen miljoenen jaren geleden opeens opdoken, is opvallend. Daarvoor werden gewervelde filtervoeders vaak niet langer dan vijftig centimeter en nu dook er opeens een exemplaar van meer dan tien meter op. Het suggereert dat er in de oceanen iets was veranderd. Blijkbaar was er opeens heel veel voedsel voorhanden. “Misschien hangt dat samen met de opkomst van kleine kreeftachtigen, eenoogkreeftjes genoemd.”