Daarvan getuigen piepkleine gaatjes in schelpen van weekdieren die ten tijde van de dinosaurussen leefden.

Dr. Adiël Klompmaker, curator in het Alabama Museum of Natural History, wist niet wat hij zag toen hij in de uitgebreide museumcollectie op tientallen miljoenen jaren oude schelpen stuitte die duidelijk doorboord waren. Maar na wat schoonmaakwerk en vervolgonderzoek wist hij het zeker; deze gaatjes in de grofweg 75 miljoen jaar oude schelpen van tweekleppige weekdieren zijn het werk van een octopus. En daarmee hadden Klompmaker en collega Neil Landman het oudste bewijs voor predatie door octopussen in handen.

Veel ouder
Tot voor kort waren de oudste schelpen die middels de piepkleine boorgaatjes van predatie door octopussen getuigden, zo’n 50 miljoen jaar oud. Met de nieuwe vondst is er nu bewijs dat octopussen – behorende tot de superfamilie Octopodoidea – tweekleppigen 25 miljoen jaar eerder ook al dwarszaten.

“Deze octopussen konden dus al veel eerder schelpen doorboren dan we tot nu toe wisten, zo vertelt Klompmaker. “De octopussen hadden dus meer gereedschap beschikbaar om hun prooi aan te vallen.”

Piepklein bewijs
Het bewijs daarvoor is piepklein, maar onmiskenbaar. “De gaatjes die octopussen van de Octopodoidea-superfamilie maken zijn uniek vergeleken met de gaatjes van andere dieren. De octopusgaten zijn 0.1-2 mm groot in diameter, zijn bijna altijd ovaal en worden haaks op de schelp gemaakt. Deze ovale boorgaten hebben zelfs een speciale sporenfossielennaam: Oichnus ovalis. Ze zijn veel onregelmatiger dan cirkelvormige boorgaten gemaakt door bijvoorbeeld roofslakken.”

De gaatjes in de 75 miljoen jaar oude schelpen vertellen een voor het tweekleppige weekdier treurig verhaal. Nadat de octopus de schelp had doorboord, liet deze via het boorgat een gif los in de schelp. Dat gif verlamde het weekdier, waarna het gemakkelijker uit de schelp kon worden gehaald. Bron: Klompmaker & Landman (2021).

Fijne vondst
De vondst van deze boorgaatjes is om meerdere redenen heel interessant. Ten eerste kunnen ze ons meer vertellen over octopussen die – omdat ze van die zachte lichamen hebben – slecht fossiliseren. De oudste gefossiliseerde octopus die ons tot op heden bekend is, is 95 miljoen jaar oud. Het gebrek aan fossiele resten zit het onderzoek naar de evolutie van de Octopodoidea in de weg. Maar via de boorgaatjes kunnen onderzoekers verrassend veel te weten komen over de octopussen die tientallen miljoenen jaren geleden leefden. En als het aan Klompmaker ligt, wordt er in de toekomst dan ook actiever naar deze boorgaatjes gezocht. “Boorgaatjes van octopussen bestuderen is de enige manier om het gedrag van Octopodoidea te achterhalen door de loop van tijd,” zo stelt hij. Want de gaatjes mogen dan klein zijn; ze kunnen ons veel vertellen. “We kijken bijvoorbeeld naar de plaats op de schelp waar de boorgaatjes te vinden zijn. Vaak doorboren de octopussen de schelp dichtbij de spieraanhechting binnenin de schelp, slim als ze zijn! Het gif dat de octopussen door het gaatje spuiten verlamt en ontspant de spier. Dat maakt het gemakkelijker om de weke massa uit de schelp te halen en op te peuzelen. We kijken ook naar de grootte van de schelp. Kiezen de octopussen bijvoorbeeld graag voor grote of kleine schelpen en waarom? En welk soort schelp geniet de voorkeur en waarom? Dit soort vragen over het gedrag van de octopus kunnen we onderzoeken in één fauna van één vindplaats, maar ook door de geologische tijd heen.”

Cold seep
Wat de vondst van deze boorgaatjes ook heel interessant maakt, is dat ze zijn aangetroffen in de schelpen van weekdieren die leefden nabij zogenoemde cold seeps, plekken waar methaan uit de oceaanbodem ontsnapt. In dit geval bevonden deze cold seeps zich in een ondiepe oceaan die 75 miljoen jaar geleden een groot deel van Noord-Amerika bedekte. En rond die cold seeps verzamelden zich allerlei soorten, waaronder klaarblijkelijk dus ook octopussen. Hoewel we van moderne octopussen weten dat ze graag bij cold seeps rondhangen, was er tot op heden bij gefossiliseerde cold seeps geen bewijs voor de aanwezigheid van Octopodoidea aangetroffen. Maar, zo bewijzen de boorgaatjes, ze waren er dus wel.

Evolutie van weekdieren
Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat sommige prooidieren hun schelpen gedurende het Mesozoïcum (252-66 miljoen jaar geleden) verstevigden, in reactie op de opkomst van roofdieren die schelpen kapot konden maken. Denk aan zeereptielen, sommige soorten vissen en haaien, maar blijkbaar dus ook octopussen. “Octopussen maken meestal één, maar soms ook meerdere gaatjes in een schelp. Net als zeereptielen, diverse kreeftachtigen, roofvissen en borende slakken waren deze Octopodoidea dus ook in de loop van het Mesozoïcum in staat om schelpen kapot te maken,” aldus Klompmaker.

En zo hebben deze kleine boorgaatjes in schelpen uit een museumcollectie in New York ons dus een hoop te vertellen. En daar blijft het waarschijnlijk niet bij; Klompmaker heeft goede hoop dat er wereldwijd nog heel wat fossiele schelpen te vinden zijn die de sporen van predatie door octopussen bij zich dragen. Door die schelpen op te sporen en nader te bestuderen, kunnen we naar verwachting nog veel meer over de vrijwel niet in het fossiele bestand terug te vinden octopussen te weten komen.