Antropologen zetten een decennia oude misvatting omtrent de beruchte Oegandese etnische groep recht.

In het noordoosten van Oeganda, nabij de grens met Kenia en Zuid-Soedan leven de Ik. Een etnische groep die – dankzij een in 1972 verschenen boek van de hand van antropoloog Colin Turnbull – te boek staat als ongelofelijk gemeen en egoïstisch. Maar Turnbull heeft het helemaal verkeerd begrepen, zo stellen onderzoekers nu in het blad Evolutionary Human Sciences. De Ik zijn namelijk niet gemeen en egoïstisch. En dus ook zeker niet het schoolvoorbeeld van een egoïstische cultuur.

Rehabilitatie
Dat blijkt uit nieuw onderzoek, uitgevoerd door een internationaal team van onderzoekers, onder leiding van antropoloog Cathryn Townsend. Townsend verbleef in 2016 bij de Ik en keerde in 2017 en 2018 kort terug naar Oeganda om de Ik opnieuw te bezoeken. En wat ze daar zag en hoorde, stond haaks op wat Turnbull in 1972 documenteerde. Zo ontdekte ze dat één van de favoriete uitspraken van de Ik ‘tomora marang’ is, wat zoveel betekent als ‘het is goed om te delen’. Bovendien blijken veel Ik te geloven dat er geesten zijn die het gedrag van mensen in de gaten houden en mensen die alles voor zichzelf houden en er niet van delen, straffen. En ook experimenten – bedoeld om te achterhalen hoe gul de Ik waren – wijzen uit dat deze mensen gemiddeld genomen niet minder gul zijn dan de honderden andere groepen mensen die aan hetzelfde experiment hebben deelgenomen.


“We zijn erin geslaagd om aan te tonen dat – ongeacht wat Turnbull ook gezien heeft – de Ik geen egoïstische cultuur hebben,” vertelt Townsend aan Scientias.nl.

Hongersnood
Maar hoe kan het dat Turnbull in de jaren zeventig iets heel anders observeerde? En over de gehele linie zoveel gemene en egoïstische Ik tegen het lijf liep dat hij zelfs concludeerde dat het gedrag wel voort moest vloeien uit een cultuur van egoïsme? Townsend denkt dat het alles te maken heeft met de omstandigheden waarmee de Ik in de jaren zeventig geconfronteerd werden. Zo hadden ze in de periode dat Turnbull hen bezocht te maken met een ernstige hongersnood. “We weten dat extreme honger ertoe kan leiden dat mensen ondenkbare dingen doen,” vertelt Townsend. “Zo is door honger ingegeven kannibalisme iets wat we regelmatig in de geschiedenis van verschillende samenlevingen tegenkomen. Turnbull beschreef geen gevallen van kannibalisme, maar beschreef wel situaties waarin de Ik hun eigen kinderen in de steek lieten.” In plaats van dat uitzonderlijke gedrag toe te schrijven aan de omstandigheden, concludeerde Turnbull dat het voortvloeide uit de egoïstische en gemene cultuur van de Ik.

Succesverhaal
En mensen slikten dat verhaal als zoete koek. Het boek – getiteld ‘The Mountain People‘ – werd opgepikt door grote media als The New York Times en Time Magazine en er werd zelfs een toneelstuk ontwikkeld dat losjes op het werk van Turnbull geïnspireerd was. Het succes van het boek is volgens Townsend lastig te verklaren. “Hij (Turnbull, red.) was een getalenteerde schrijver, dus zijn levendige beschrijvingen van de Ik raakten de lezer diep. En mogelijk was het verhaal voor sommige mensen ook zo aantrekkelijk, omdat de Ik zo negatief werden neergezet. Het is veel gebruikelijker voor etnografen om de mensen die zij bestuderen op een positieve en sympathieke manier te portretteren. Ik kan geen enkele andere etnografie bedenken waarin een groep mensen zo negatief wordt afgeschilderd als in The Mountain People gebeurt.” Wat wellicht ook meehielp, was het feit dat het boek bepaalde racistische ideeën die men in het westen over Afrika had, leek te bevestigen. “Een exotische, gemene en egoïstische samenleving past in de racistische mythe die veel westerse mensen erop nahouden en die stelt dat mensen zonder beschaving (en dan in het bijzonder een beschaving zoals we die in het westen kennen) terugvallen op hun basale natuur, die in essentie egoïstisch en gemeen is. Die mythe gaat zeker terug tot in de zeventiende eeuw, toen de Engelse filosoof Thomas Hobbes de levens van mensen die geen deel uitmaakten van een beschaving op staatsniveau beschrijft als ‘solitair, arm, gemeen, bruut en kort’. Turnbull’s vreselijke beschrijving van de Ik moet de grootste angsten die veel mensen er omtrent de aard van de mens op nahouden, bevestigd hebben.” En net als Turnbull kwam het bij veel lezers niet op om verder te kijken dan de Ik zelf en de omstandigheden waarin ze leefden in overweging te nemen. “Mensen wilden maar wat graag accepteren dat het gedrag dat Turnbull beschreef, het resultaat was van een verdorven cultuur.”


Imago
En zo verkregen de Ik door dit goedgelezen boek een lastig af te schudden imago. Een imago dat nu, meer dan vijftig jaar later, hopelijk definitief aan gruzelementen kan worden geslagen. “We hopen dat deze nieuwe studie de reputatie van de Ik in ere kan herstellen en het onrecht dat hen door de wijze waarop Turnbull de Ik heeft afgeschilderd, is aangedaan, enigszins goed kan maken. De Ik leven ook vandaag de dag nog in uitdagende omstandigheden. Door opwarming en droogte is er altijd de dreiging van honger en ziekte. En ze zijn ook politiek gezien kwetsbaar, omdat ze het risico lopen om door buitenstaanders te worden aangevallen en hun land kwijt te raken. We hopen dat onze studie ertoe leidt dat men zich meer bewust wordt van hun benarde situatie.”

Wetenschappelijk belang
Maar de studie heeft niet alleen implicaties voor de Ik. Ook sommige wetenschappers moeten zich opnieuw achter de oren krabben, nu blijkt dat de Ik geen egoïstische cultuur kennen. “Het is ook wetenschappelijk gezien belangrijk, omdat de Ik door evolutionaire onderzoekers (zoals Richard Dawkins in zijn beroemde boek ‘The Selfish Gene’) zijn aangehaald als een voorbeeld dat laat zien hoe een cultuur mensen egoïstisch kan maken.”

En tenslotte vertelt het onderzoek ons ook maar over samenlevingen in het algemeen, aldus Townsend. Er zijn volgens haar twee belangrijke conclusies te trekken. “De eerste is dat mensen opmerkelijk coöperatief zijn, zelfs onder lastige omstandigheden zoals waar de Ik vandaag de dag mee te maken hebben. Cultuur is een gereedschap dat mensen gebruiken om samen te werken en tegenslagen te overleven, dus het is helemaal niet logisch dat een cultuur ervoor zou zorgen dat mensen helemaal niet met elkaar samenwerken. In extreme gevallen van schaarste, zoals bijvoorbeeld tijdens een aanhoudende hongersnood, kan de samenwerking wel afnemen, omdat mensen niet over de energie, noch de grondstoffen beschikken om samen te werken. Misschien goed om dat met het oog op de wereldwijde bedreiging van het milieu waarmee we geconfronteerd worden, in gedachten te houden. Ten tweede laat het onderzoek zien dat mensen veerkrachtig zijn en dat ook menselijke samenwerking veerkrachtig is. Als Turnbulls beschrijving van wat de Ik in de jaren zeventig is overkomen klopt – ook al was zijn interpretatie ervan en de manier waarop hij de Ik portretteerde fout – dan weten we nu dat de Ik ondanks die tegenslag ongeveer 50 jaar later nog steeds een intacte, coöperatieve cultuur kennen.”