Op een nieuwe foto van het zonnepaneel van de Copernicus Sentinel-1A satelliet is een kleine krater van ruwweg 40 centimeter te zien. Volgens ingenieurs van de Europese ruimtevaartorganisatie is de satelliet op 23 augustus geraakt door een piepklein ruimtesteentje.

Op 23 augustus om 19:07 uur Nederlandse tijd stokte de stroomopbrengst plotseling. De satelliet vloog op dat moment 700 kilometer boven het aardoppervlak. Na een controle kwamen wetenschappers er al snel achter dat de baan en de positie van de Copernicus Sentinel-1A satelliet waren veranderd na het op dat moment nog onbekende incident.

Was de satelliet geraakt door ruimteafval of door een minuscuul ruimtesteentje? ESA-ingenieurs besloten om foto’s van de zonnepanelen te maken en vergeleken die met beelden die kort na de lancering in 2014 zijn gemaakt. Ze troffen vervolgens een krater op één zonnepaneel aan. De onderzoekers vermoeden dat het ruimtedeeltje enkele millimeters groot was.

De linkerfoto is in 2014 gemaakt. De rechterfoto is kort na de meteorietinslag gemaakt. De 40 centimeter grote krater is duidelijk te zien.

De linkerfoto is in 2014 gemaakt. De rechterfoto is kort na de meteorietinslag gemaakt. De 40 centimeter grote krater is duidelijk te zien.

Gelukkig vormt de inslag geen probleem voor de satelliet. De kunstmaan ontvangt nu iets minder stroom, maar krijgt nog steeds veel meer energie dan nodig is om te opereren.

Kunnen we er in de toekomst iets aan doen? Helaas niet. “Deze kleine objecten kunnen we niet vanaf de grond zien”, zegt ruimteafvalspecialist Holger Krag van de Europese ruimtevaartorganisatie. “We volgen alleen objecten groter dan vijf centimeter. Deze objecten kunnen we wel ontwijken, bijvoorbeeld door satellieten iets hoger of lager te laten vliegen.”