Ovulerende vrouwen hebben soms meer moeite om zich te concentreren en dat komt doordat ze in dit deel van de cyclus veel oestrogeen in het lichaam hebben. Dat concluderen onderzoekers. Daarmee wordt bewezen dat oestrogeen het brein direct aantast en wellicht moleculen die verantwoordelijk zijn voor het doorgeven van signalen verstoort.

De onderzoekers namen de concentratieproblemen waar tijdens een aantal experimenten met ratten. Het brein van de dieren is in veel opzichten vergelijkbaar met het onze en dus heel geschikt voor het trekken van conclusies.

De wetenschappers lieten de dieren een toon horen zonder dat dat gevolgen had. Zodra ze aan de toon gewend waren, werd er een stimulus aan toegevoegd. Ratten met weinig oestrogeen in het lijf leerden heel snel dat de toon geassocieerd moest worden met een nieuwe stimulus. De ratten met veel oestrogeen deden er veel langer over om deze herinnering aan te maken.

“Wij zagen dit effect enkel in vrouwelijke, volwassen ratten,” merkt onderzoeker Wayne Brake op. “Onze resultaten laten zien dat veel oestrogeen de cognitieve vaardigheden in vrouwelijke knaagdieren af remt.” Uit nader onderzoek moet blijken hoe oestrogeen het brein weet aan te tasten.